Betaalbare projectmanagement- opleidingen: hier is de top 6!

Je wilt doorgroeien naar een projectmanagementrol, of gewoon eens uitvinden wat dit mogelijk omvat. Dan is het fijn als je niet direct de duurste MBA uit eigen zak hoeft te betalen. Deze online opleidingen kun je gratis volgen, of je kunt betalen voor het certificaat. En je projectmanagement-courses kun je lekker in je eigen tijd volgen!

MicroMaster van het Rochester Institute of Technology

Kort de voor- en nadelen

+ Serieus certificaat, leerpad uitgetekend door topinstituut, examen t.w.v. $600 inbegrepen

– Je moet alle courses afronden om het certificaat te behalen, goede onderbouwing waarde van online cursussen en (onbekende) R.I.T. is nodig

Wat is het?

Het R.I.T. is een privé doctorale universiteit in New York, geen kleine jongen dus. Normaal kost een master degree zo’n €36.000 maar via EdX kun je een micro-master Project Management volgen voor ca. €870. Ter vergelijking, een PRINCE2 + Agile cursus (incl. examens) kost bij bijvoorbeeld Capgemini Academy ca. €2400.

Welke vakken volg je bij de micromaster Project Management?

  • Project Management Life Cycle
  • International Project Management,
  • Project Management MicroMasters Capstone Exam
  • Best Practices for Project Management Success.

Is dat een volledige master Project Management? Nee, daarom heet het ook micro-master. Maar mocht je je willen aanmelden voor een bachelor course aan het R.I.T. dan krijg je wel een vrijstelling ter waarde van 9/33 ECTS. En je krijgt gratis toegang een online voorbereidingscursus voor het PMP-certificaat, waarvoor redelijk pittige vereisten zijn opgesteld. Dat je met deze micromaster toegang krijgt tot de zwaardere trainingsmaterialen van een wereldwijd topinstituut, laat zien dat deze micromaster Project Management echt een mooie toevoeging is aan je C.V.

Introduction to Project Management

Kort de voor- en nadelen

+ Goede introductie, laagdrempelige mogelijkheid om kennis te maken met de basis van project management, een van de goedkopere courses, niet te veel studielast

– Reviews niet altijd even positief, basisniveau

Wat is het?

Deze course via de University of Adelaide biedt een mooie gelegenheid om eens te proeven van het Project Management vak. Met certificaat kost dit vak €42. De course duurt officieel 6 weken, met 2-3 uur studielast per week. Maar omdat Introduction to Project Management ‘self-paced’ is, zou je deze course ook in 18/8 = 2.25 dagen kunnen afronden. De reviews zijn niet altijd even positief, maar de cursus is toegankelijk en betalen is optioneel.

Introduction to Managerial Economics

Kort de voor- en nadelen

+ Must have, 6 weken a 5/6 uur, of 1 volle week, betaalbaar, meer diepgang dan beginnerslevel (namelijk medior)

– Met echt geen kennis van finance kan dit soms een uitdagende course zijn

Wat is het?

Budgettering is een belangrijk punt binnen project management. Eén van de populaire agile methodes, Scrum, is ondanks haar populariteit berucht vanwege uit de hand lopende kosten. Waarom? Omdat Scrum oorspronkelijk een digitale productontwikkel-methode was, en nu ook voor project management wordt ingezet. Dat is waarom er van veel project managers alsnog PRINCE2 wordt gevraagd. En hoewel dat zonder agile-aanvulling niet helemaal meer van deze tijd is, is budgettering en bedrijfseconomie op projectmanagement-niveau steevast onderdeel van PRINCE2. Oftewel: belangrijk onderwerp. Gelukkig biedt het Indian Institute of Management in Bangalore een intermediate level Managerial Economics aan. Oftewel, geen beginners maar medior-vak dus, voor maar $25.

Business Foundations

Kort de voor- en nadelen

+ Goed om te hebben welke rol je ook hebt in een bedrijf, brede introductie voor alle management en leidinggevende rollen in een bedrijf, de University of British Columbia heeft het op één na hoogste gemiddelde cijfer (8,96) van binnenkomende studenten en is de 3e beste universiteit van Canada

– Certificaat is iets duurder ($150)

Wat is het?

Projecten zijn leuk omdat ze een kop en een staart hebben. Maar of je nu extern wordt ingehuurd door een bedrijf of onderdeel bent van de organisatie, je krijgt te maken met de dagelijkse gang van zaken binnen een bedrijf. En daar moet je je project management op kunnen afstemmen. Hoe? Met een course Business Foundations natuurlijk. De manier waarop een bedrijf werkt beïnvloed het verloop van een project namelijk enorm. Van industry disruption tot (daar is íe weer) basic financial literacy, bij de University of British Columbia komt het allemaal aan bod.

Leadership & Management for IT Project Teams

Kort de voor- en nadelen

+ Praktische invulling abstracte management informatie, University of Washington staat vrijwel in wereldwijde top 20 van universiteiten, IT is een veelvoorkomend aspect van bedrijfsvoering, lage studiebelasting (4 weken à 2-5 uur p.w.)

– Geen

The Academic Ranking of World Universities (ARWU) has consistently ranked UW as one of the top 20 universities worldwide every year since its first release.[53]

Wat is het?

IT is cruciaal in onze bedrijfsvoering geworden. Als project manager wordt je dus vroeg of laat betrokken bij IT processen. Zelfs als het niet jouw direct area of expertise is, is het dus belangrijk om te snappen hoe je IT op projectmatige basis managet. Daarom is de Leadership & Management for IT Project Teams van de University of Washington een mooie toevoeging aan deze lijst. De toegevoegde waarde in deze course in vergelijking met de andere courses, is dat hier sterk de nadruk wordt gelegd op het in kaart brengen en meten op requirements en competencies van het project. Omdat het bij IT vaak gaat om een directe koppeling tussen digitaal product en eindgebruiker, legt deze course ook nog eens de nadruk op de praktische kanten van project management.

Business Communications & Leading with Effective Communciation

Kort de voor- en nadelen

+ Goede dekking alle manieren om te communiceren, cruciaal binnen project management: staat altijd in de lijst met redenen waarom projecten falen

– 2 verschillende courses, niet één course die alles afdekt. Gecombineerde studie last is redelijk zwaar = 6-7 weken à 3-5 uur ($150) + 4 weken à 2 uur ($50)

Wat is het?

Dit zijn dus eigenlijk 2 verschillende courses. Business Communications is van de University of British Columbia (die van hierboven). Hier leer je beter om argumenten op te bouwen en je communicatie helder, overtuigend en onderbouwd te houden in een management discussie. De course Leading with Effective Communication gaat meer om het gevoelsmatige aspect van communicatie, draait net iets meer om ‘de mensen op de vloer’ en het overtuigen op basis van ideeën en inspiratie. Beiden zijn dus belangrijk.

Mis je een onderdeel?

Laat het weten in de comments hieronder. Succes!

Charting information search scenarios in your organisation

Your organisation holds a lot of information in a lot of different locations. A search scenarios is crucial in your organisation’s information and knowledge management as it helps your employees to get the right information at the right time.

Intranet, e-mails, e-mail attachments, planning document, excels, head of people, “on the wall” screens and roll up banners that feature the most important mile stones: you name it. Making that information accessible to the right internal and external people at the right time is a real puzzle. A lot of pieces, directly and indirectly accessible bits of information that together tell the whole story but are usually not needed all at once, only one piece to help with a specific information need.

That information can be divided in several ways. There’s not 1 single method of search will aid all information request for all people connected to your organisation, even when the answer to a question is exactly the same. So before you make a division of what information should be put where, design your search scenario’s.

What is a search scenario?

A search scenario is one of the first steps in designing the Knowledge Contact Moments- map. A search scenario helps you chart the type of need for information along 2 lines: urgency (high/low) and target (internal/external). These properties relate to the information need. That allows you to take next steps in determining the information location for example. If urgency is high and the target is external, it means information should be quickly accessible for people outside of your organisation. E.g. an online helpdesk or FAQ. If the urgency is high and the target is internal (“How do I log in into my mail?”) , the lack of accessibility to that information  is likely to be a daily process blocker (I can’t read my mail).

Search scenario’s help you build information pathways in your organization’s content management infrastructure. It’s slightly comparable with building a city from scratch. If you know that people want to relax + with their families + after work, you can start building a road that leads them from a work location to a school or day care to a park. If you know people want to pick up breakfast before work, they can partially use the same road with a small detour, clearly indicated by the sign “get breakfast here”. Since you know the scenarios, it’s easier to build 1 connecting road, instead of creating a new path for each location.

What does a search scenario overview look like?

Like this. Your organisation is in all four areas, and it’s key what requires the most attention. Each scenario will have a different search path in your organisation.

Search Scenarios in information and knowledge management

Why isn’t it more detailed?

The details are filled in per scenario. Will there be overlap? Yes there will be. But a lot of organisations unintentionally make the logical mistake to chart all the topics they (think) they know something about, the locations that information is currently being held and then do some form of analysis focused on users, search strategies, meta-data, etc. Those investigations can be very useful but not if there’s no scenario to test. Using only KPI’s will not help. It’s great that now 55% instead of 40% visit the intranet every two days, but what does that mean in terms of accessibility of information, knowledge management and becoming a learning organisation? In case of the intranet, probably a good conversation topic for the coffee machine.

In short, don’t start with the details, start with how information is being put to purpose.

When do we fill in the details?

When you make the Knowledge Contact Moments Map (KCMM). Not sexy, but very useful. Here are the benefits. You can assume that most search scenarios are more or less applicable to every organisation. Naturally, depending on the culture, products/services, strategy and goals of the company, it will probably rely more heavily on one scenario or the other. Therefore, the scenarios will be further specified: Who are your externals? Does your company want to spend budget on becoming a learning organisation or is immediate customer satisfaction more important? When that is clear, those scenarios can be further specified by filling in the KCMM.

Ironically, it’s also what an organisation taught itself that determines how it will continue to access information.  If I’ve always relied on information path x, I will help my new employee find the same information in the same way. How often have you heard “I’m not sure if that’s how it supposed be, but that works for me!”.

And such patterns are good! If they’re good. If an information pathway is inefficient it might cost a lot more time to find information than is necessary. It’s funny how companies are fanatically trying to reduce call centre costs by making fully optimized information pathways, but do not do the same for their 25-5.000 employees.  Especially when you know that each person spends 2 hours a day for information.

In short, start with understanding search scenario’s specific in your company so that you can carve the right paths to the right information at the right moment.

Met maar 2 principes van kennismanagement je contentbeheer waardevoller maken

Laten we eerst het verschil tussen informatiemanagement en kennismanagement duidelijk maken. Zowel in letterlijke definities als in de algemene inzichten in deze onderwerpen, wordt duidelijk gemaakt dat informatiemanagement vaak gaat over ICT processen en infrastructuren, en kennismanagement over het beheren en ontsluiten van kennis in een organisatie.

  • Informatiemanagement volgens Wikipedia: Informatiemanagement is een proces dat ervoor zorgt dat de informatiebehoeften die vanuit verschillende werk- en bedrijfsprocessen van een organisatie ontstaan worden vertaald in informatievoorziening. Informatiemanagement professionaliseert de vraagkant van ICT en valt daarom in de regel niet onder een ICT-afdeling maar onder de gebruikersorganisatie.
  • Kennismanagement volgens Wikipedia: kennismanagement is het proces van het creëren, delen, gebruiken en management van kennis en informatie binnen een organisatie. Het omvat een multidisciplinaire aanpak om organisatiedoelstellingen te behalen door kennis zo goed mogelijk in te zetten.

Waarom sluiten de principes van kennismanagement meer aan bij contentmanagement?

Dat doen ze niet persé 🙂 Bij kennismanagement in relatie tot content draait het ‘ontsluiten van de inhoud van content’, of dat nou via slim beheer is of niet. Bij informatiemanagement in relatie tot content draait het om het ‘efficiënt inrichten van het beheerproces’, zodat de juiste content snel kan worden gevonden. Eén voorbeeld? Het opstellen van een goede taxonomie.

Kennismanagement richt zich op leren

Contentbeheer ook. Of het nu gaat om de eindgebruiker of degene de die content opstelt, edit of beheert, uiteindelijk draait het erom wat er met content wordt gedaan. Klinkt als een cliché? Laten we de kennis management -bril even opzetten.

Bij kennismanagement geldt bijna altijd: de gebruiker van kennis moet iets leren. Hij of zij moet na het gebruiken van de kennis in staat zijn iets te doen of te begrepen wat hij/zij eerder niet kon of wist. Als het gaat over je content, probeer je doel dan niet te formuleren als ‘oriënteren’, ‘activeren’, ‘overtuigen’, etc., maar formuleer een helder leerdoel. “Na het lezen van mijn artikel kan de lezer helder vertellen wat informatiemanagement is, wat het verschil is met kennismanagement en wat 5 mogelijke toepassingen van kennismanagementprincipes in de praktijk zijn’.

Voor contentbeheer geldt dat je los even los mag laten welk stukje content op welke plaats in Sharepoint staat, wat de looptijd van de juridische afdeling is om content te controleren, of dat de zoektermen van je SEO onderzoek ook wel echt gebruikt worden in de teksten op de site. Probeer je contentbeheer eens in te richten zodat de leersnelheid van het bedrijf of andere gebruikers van de content zo veel mogelijk toeneemt.

Bijvoorbeeld: als je iedere week met juridische zaken over het gebruik van het woord ‘voorwaarden’ of ‘gratis’ om te tafel zit, stel dan samen met juridische zaken een checklist in. Als er documenten worden gedeeld in Sharepoint, zorg dan dat de content goed ge-meta-tagged is en dat mensen in de organisatie zich kunnen abonneren op deze metatags. Merk je dat het een heel gedoe is om de laatste versie van het SEO zoektermen document te vinden omdat niemand eigenlijk weet waar dat externe bureau die stukken nu post? Zorg dat de zoekwoorden een word-cloud vormen op het (contentbeheer) intranet.

Kortom: contentbeheer hoeft niet alleen te gaan over het opslaan van documenten, maar kan ook gaan om de inhoud/kennis goed in te zetten.

Content Kennis bruikbaar maken met een kennis-journey

Content ‘bevat’ kennis die bruikbaar is voor medewerkers. Met ‘content’ wordt vaak tekst of beeld verstaan, maar denk bij dit punt vooral aan de ‘container’ van content. Zo zit veel kennis in de hoofden van mensen, wordt er veel gedeeld in de vorm van korte ‘snippits’ of berichten op sociale media of wordt er kennisvraag vastgelegd in de vorm van een leerdoel.

Denk maar aan de nieuwe medewerker die begint met het doorspitten van de bedrijfswebsite om de producten en services beter te snappen. Of het intranet, waar vakkennis wordt gedeeld tussen collega’s. Vanuit kennismanagementperspectief zou je het liefst al die kennis binnen de organisatie continue ontsluiten en inzetten.  Hoe doe je dat? Denk in ‘kennisdeelmomenten’. Net zoals een customer journey contactmomenten in kaart brengt tussen klant en bedrijf, kun jij contactmomenten tussen de medewerkers en kennis in kaart brengen.

Kennis-contactmomenten

Bijvoorbeeld: een collega begint aan een voor hem/haar nieuwe opdracht waarin hij/zij nog niet veel ervaring heeft. Nog niet helemaal thuis in het onderwerp belt hij/zij een collega die eerder een soortgelijk project heeft gedaan. Oftewel, kennisdeling. Die Sharepoint metatags waarop je je kunt abonneren? Kennisdeling. Je collega organiseert wijnproeverijen en wijnen verzamelen is een hobby van je grote klant? Natuurlijk ga je naar je collega om even advies in te winnen over welke wijn je cadeau moet doen. Dan moet je wel weten dat je collega een fervente wijnliefhebber is.

Kennis wordt pas relevant op het moment dat we het nodig hebben. Klinkt als een open deur, maar als bedrijf weet men gezamenlijk heel veel maar dat wordt nooit gedeeld. Ontwerp een systeem waarin je relevantie koppelt aan kennis. ‘Shout outs’ op sociale media zijn een voorbeeld: “Wie heeft er ideeën over het lanceringsfeestje van mijn klant?”, “Welk logo is beter: A of B?”, etc. Kopjes koffie drinken, shout-outs, onbekende hobbies, leerdoelen van collega’s maar collega’s weten niet van elkaar wat die leerdoelen zijn: maak het zichtbaar door kennis en content(vorm) in kaart te brengen met een kennis-journey.

Disruptive in perspectief: kan jouw bedrijf dat wel aan?

Disruptive is cool. Het betekent dat je als bedrijf iets bereikt. Dat je een golfbeweging creëert die dwars door alle industrieën heen jaagt. Een échte verandering die groter is dan jijzelf, maar waarbij jouw bedrijf wel de koploper is. Baas Boven Baas dus. Of niet?

Maar was is ‘disruptive’ nou precies, kunnen we het sturen en is het een doel of een middel? Hele studies kunnen we eraan wijden, ik probeer het in 1.000 woorden.

Waar hebben we het over?

Letter vertaald is disruptive helemaal niet zo positief: “to hinder” of “verstorend” of “ontwrichtend”. Natuurlijk niet de betekenis die wij bedoelen, namelijk een technologie, trend of product die in zulke grote mate intrinsiek anders is, maar tegelijk direct aansluit op behoeften van de gebruikers, dat één of meerdere industrieën zich plotseling en direct moeten gaan aanpassen aan deze technologie, trend of product en haar infrastructuur.

Voorbeeld: crowdfunding. Niet alleen het feit dat grote groepen mensen geld bij elkaar kunnen (techniek, product) brengen maar ook doordat mensen dit willen (behoefte) en doen (actie), vraagt van de bestaande bancaire sector en ondernemerschapsinitiatieven (industrieën), dat wet- en regelgeving, IT structuur en educatie & informatie (infrastructuur) op grote schaal moeten worden herzien.

Product als symptoom

Belangrijk om op te merken is, is dat een nieuwe technologie, trend of product vaak een symptoom is van het achterliggende business model dat veranderd. Ken je het Business Model Canvas? Dit canvas legt het business model vast van een bedrijf of afdeling. Een oefening die je voor iedere disruptive innovatie kunt doen is het oude en het nieuwe BMC invullen. Je ziet dat disruptive innovatie vaak grote verschillen tussen de twee canvassen laat zien, terwijl incrementele innovaties vaak kleinere verschillen laat zien. Probeer het maar met bankleningen en crowdfunding.

Zo komen we bij incrementele innovatie. Incrementele innovatie bestaat uit kleine stappen: verbeteringen aan je service of product die wel echt nieuw zijn maar geen industrieën omver zullen werpen. Veel saaier maar wel beter te managen. Grote corporates hebben deze services, producten en hun achterliggende processen weten te optimaliseren: ‘operational excellence’. Ultra-efficiënt, maar minder ‘break through’.

Dan nu: het spanningsveld.

Het lijkt wel of ondernemersland een beetje in de ban is van ‘disruptive’ en ‘unicorn’ en.. Nou ja, als het maar groot en deeleconomie en high potential is, want je moet als startend bedrijf wel kapitaal kunnen ophalen. Maar disruptive innovatie kan een klein bedrijf ook in de weg staan.

Ten eerste zie je vaak dat binnen erg jonge bedrijven van 1-3 jaar oud, er binnen dezelfde disruptive innovatietrend verschillende producten worden ontwikkeld die een spin-off vormen. Hoeft niet erg te zijn, maar dat is vaak wel een nieuw bedrijf waar jij met je co-founders net €15.000 in hebt gestopt en dat nu voor zichzelf, en dus niet voor jou, geld gaat verdienen. Die €15.000 is geen cash dat je van de ene naar de andere rekening hebt over gesluisd maar dat zit verborgen in lonen, aandelenpercentages, uren, kleine rekeningen die betaald zijn, etc. Moeilijk meetbaar, weinig concreet en nauwelijks te managen. Allemaal niet erg, maar de meeste start-ups leggen onvoldoende vast hoeveel en hoe ze gaan verdienen op die spin-off.

Heb je je eigen innovatie nog binnen je bedrijf? Mooi. Hoe ga je er geld mee verdienen? Want de marges in de ‘onderkant van de nieuwe industrie’ zijn vaak laag. De eerste klanten die je gaat bedienen zijn of erg vermogend (early adoptors die maar een klein percentage uitmaken van de markt) of klanten die in hun traditionele industrie niet meer (mogen) worden geholpen. Denk weer aan financiering: wie kwamen er als eerste bij crowdfunding terecht? Juist, de mensen die van de bank geen lening meer kregen. Hoeft wederom niet slecht te zijn, maar misschien komen die mensen bij jou terecht omdat ze niet kunnen betalen voor de huidige producten en dus moet jij lager zitten met je prijs. Heb je toevallig een veel goedkopere marktklare variant ontwikkeld? Gefeliciteerd, dan kun je nu eerst de ontwikkelkosten terugverdienen, personeel betalen, laat staan door ontwikkelen, bedrijf uitbouwen, break-even draaien.. Kortom: grote innovaties vragen veel geld wat er in jouw nieuwe markt nog niet is.

Dan hebben we het over de marktontwikkeling als geheel: smal-breed-smal. Eén of enkele spelers (‘market initiators’), heel veel spelers (‘marktontwikkelaars’), shake out (‘overload’), oftewel een rits aan faillissementen waarmee het aanbod weer flink wordt uitgedund. Tenzij een van de aller- allereerste spelers op de markt bent, en dat ben je vaak niet ook al denk je zelf van wel, kom je al snel in het brede segment met veel concurrenten die net een tel later waren dan de ‘market initiators’. Hoeft ook niet erg te zijn maar je hebt weinig middelen, bent nog volop in ontwikkelen en moet middelen vrij maken om jezelf staande te houden. Over risico nemen gesproken.

Niemand is eigenaar van de innovatie

Dan de belangrijkste: je bent vaak geen eigenaar van de innovatie. Incrementeel zie je veel in bijvoorbeeld de auto- en farmaceutische industrie. Die ontwikkelaars starten niet vanaf een nieuw nulpunt maar werken vanuit een product dat al bestaat, ontwikkelen een miniem maar extreem verschil ten opzichte van hun vorige of het bestaande product, en claimen de patenten. De innovatie is van hun.

Omdat disruptive vaak een hele industrie omver werpt en/of ontwikkelt, is het lastig te bepalen wie de ‘echte’ eigenaar van de innovatie is. Internet kent geen eigenaar, ‘mobiele telefoons’ kent geen eigenaar, crowdfunding kent geen eigenaar. Natuurlijk kun je via wet- en regelgeving een poging wagen maar die zijn vaak nutteloos om verschillende redenen (wordt bewaard voor een andere keer). Jij bent dus geen eigenaar van ‘de’ innovatie die de bestaansreden vormt van jouw bedrijf.

Kortom: disruptive innovatie is niet goed of slecht, maar laten we in ieder geval niet mikken op het ‘disruptive zijn’ maar laten we mikken op waardecreatie waarmee we geld kunnen verdienen, hoe klein de stappen die we maken ook zijn.

Foto dankzij Pexels.com

Harry Potter beaten by Augmented Reality? Dara Technologies lets imagination fly off the page!

Harry Potter can wrap up his bag of tricks because Dara Technologies presents: the Time Tub Twins! Flying bath tubs, scurrying dogs and of course a crazy adventure. Father Christmas should place his bets on Augmented Reality children’s books!

Augmented what? Books where the characters fly straight through your living room. Armed with iPad and special book, the founders of Dara Technologies Margara Tejera Padilla and Dennis Ippel, try to adjust our reality so that it seems as if the protagonists launch themselves into ‘your reality’. And that makes reading a lot more multidimensional!

Maragara Tejera Padilla, Dara Technologies

Aren’t we nipping reading books in the bud? Not according to Padilla and Ippel. In a time where children spend a considerable amount of time on ‘screen time’, a connection between book and screen might just offer that little extra that evokes kids to rediscover the book. And with such a funny and amusing concept like the Time Tub Twins, that step becomes very small indeed!

Augmented Reality is the technology that enables to superimpose virtual elements onto the real world

So what’s Augmented Reality exactly?

“Augmented Reality is the technology that enables to superimpose virtual elements onto the real world, such as images or objects”, says Padilla. “These virtual elements are linked to the real world. For example, if a 3D scene is linked to an image, if this image rotates or translates, the 3D scene rotates and translates with it. In my opinion, this is where the magic of AR resides.”

Dennis Ippel, Dara Technologies

But what about the underlying technology? How does that work?

Padilla continues: “Augmented Reality is generally powered by image recognition algorithms. These algorithms can recognise an image when a set of features are identified in it. These features can be, for example, the most apparent contours of the image. Once these features are found and the image is recognised, these algorithms have also the power of tracking the movement of these features, which makes possible what I mentioned in the paragraph above: when the image moves (translates, rotates, etc.), the 3D content linked to it also moves with it.”

Sounds like a technology that could be used in medical product development or engineering. Why children’s books?

“Dennis and I are particularly passionate about the creative possibilities of this technology and its potential applications in educational entertainment”, Padilla says. “We believe children are the right audience for AR-displayed content: they don’t judge; rather, they simply enjoy the experience of witnessing how the screen of their tablet becomes a magical window that displays content that is not there when looking with their bare eyes”.

“Moreover, we are very keen to explore how this new form of storytelling we’re offering can be exploited for children to learn. This could be in the form of educational add-ons to the book, e.g. maths, languages and more.”

Our app enhances this experience by offering an additional layer of information, fun and entertainment

But are kids still really reading books if they’re looking at an iPad screen? Does this still count as a book?

“What differentiates us from pure storytelling apps is that we want our app to be an enhancement to a physical book, rather than a substitute.” Padilla explains. “The book is the medium through which the story is told, but our app enhances this experience by offering an additional layer of information, fun and entertainment. Also, out of 40 pages of the book, 17 will be augmentable, so it’s not necessary to use a mobile device for each page.”

“We are thinking very carefully about how the reading/tablet dynamic is going to work in the book. Children will read the book directly on its pages, not through the screen. Rather than being a substitute to the book, the app (screen) will offer something the book can’t: the ability to interact actively with the story. We like to think of it as making the imagination of children a reality: they read a page, imagine it in their little heads, and then we realise these thoughts in the form of interactive content on top of the pages of the book.”, Padilla concludes.

What will you be achieving in the next 6 months? How’s the crowdfunding campaign going to help with that? 

“We have two very ambitious objectives for the next 6 months: finishing the development of our first book and completing our seed round of investment. A successful crowdfunding campaign (on 37% after 4 days, ed.) is part of the plan because it will enable us to prove there’s a market for a product like ours, which is something that investors need to see. We’ve received an initial small investment which has helped us to get to the point we’re at right now, but we need the funds raised through crowdfunding to complete the development of the book!”

The book will be available arond the end of July 2016.

Kun jij je bedrijf uit handen geven aan je personeel? Wel met deze 3 kwaliteiten!

Als ondernemer is het je kerntaak je innovatie te commercialiseren. Je hebt een kans gezien of een oplossing ontwikkeld en nu is het je taak hier ook daadwerkelijk geld mee te verdienen. Niet omdat winst je doelstelling is maar omdat inkomsten gelden als het ultieme bewijs dat jouw product of dienst waardevol is. Ook heb je het geld nodig hebt om een omgeving te ontwikkelen waarin je je service nog verder kunt verbeteren.

Dat doe je niet alleen maar met een netwerk van personen. Denk aan je co-founders, je investeerders en/of coaches, werknemers en meer. Met name je groep werknemers is belangrijk, want hoewel jij uiteindelijk de grote lijnen uitzet en de doorslaggevende beslissingen neemt, zul je te zijner tijd steeds meer uit handen geven aan werknemers. Dan kunnen je werknemers maar beter een ondernemersmentaliteit hebben die het vernieuwende karakter van jouw bedrijf voedt. Hoe? Door je personeel ondernemender te maken!

Jij en je co-founder(s) zullen een steeds kleiner deel van het bedrijf uitmaken en steeds minder nauw betrokken zijn bij de uitvoering van taken

Ownership, creativiteit, proactiviteit

Er is heel veel (!) onderzoek gedaan naar wat er voor nodig is om je medewerkers ondernemender te maken en ‘ownership’, creativiteit en proactiviteit komen hier uitzonderlijk vaak in terug. Wanneer je bedrijf nog erg klein is kan het zijn dat je bijvoorbeeld met twee founders en drie werknemers aan je start-up bouwt. Reken maar dat dat een impact heeft! En die impact zal daarna niet afnemen, sterker nog, jij en je co-founder(s) zullen een steeds kleiner deel van het bedrijf uitmaken en steeds minder nauw betrokken zijn bij de uitvoering van taken. Hoe zorg je ervoor dat jouw personeel met net zoveel passie en daadkracht je bedrijf bouwt? Door te focussen op Ownership, Creativiteit en Proactiviteit, zeggen onderzoekers.

Ownership: verzin het lekker zelf

Per wetenschappelijk stuk zijn er veel verschillende eigenschappen te vinden over wat werknemers vooral wel of niet moeten om een toevoeging te zijn voor jouw bedrijf. Eén ervan die steeds terugkomt is Ownership: personeel moet het gevoel hebben dat hun werk ook echt, hún werk is. ‘Ownership’ slaat vrij letterlijk op het ‘eigenaar zijn’ van iets, zoals een fiets die je koopt. Dan is de fiets wettelijk gezien van jou, maar jij en de verkoper komen samen overeen dat de fiets nu van jou is.

Dat kan ook met projecten in jouw bedrijf. En hoe dichter het project bij de eigenaar ligt, hoe hoger de betrokkenheid. De ultieme ‘bron’ van ownership is ‘creatie’: als ik iets verzin, dan weet ik 100% dat ‘het van mij is’. Laat je werknemers daarom vooral denken in oplossingen waarna je de beste oplossing omvormt tot een project waarvan de bedenker ook eigenaar is. Op die manier kan een werknemer zijn hart en ziel kwijt in het project (zoals jij dat kan in je bedrijf).

Creativiteit: weg met binaire denkwijzen

Een grote mate van creativiteit leidt tot grotere flexibiliteit, het doorbreken van patronen en het ontwikkelen van meer opties tot innovatie. Maar creativiteit is ook een concept dat vaak wordt benaderd vanuit een binaire gedachtegang: “Ik ben nou eenmaal niet creatief”, of, “Gerben van marketing is de creatieveling die je daarvoor moet hebben”. Dat denken in extremen (helemaal wel of helemaal niet) zorgt ervoor dat werknemers de mate van hun eigen creativiteit inperken.

Presenteer creativiteit daarom als een schaal waarop ze kunnen scoren

Presenteer creativiteit daarom als een scope of schaal waarop ze kunnen scoren op creativiteit. Je bent ‘5’ creatief op een schaal van ‘10’, en je kunt dus doorgroeien naar score ‘7’. Neem ook het idee weg dat creativiteit te maken heeft met design, tekenen/schilderen, schrijven of extreme uitvindingen of innovaties. Dat is ten eerste helemaal niet het waar en ten tweede voor 99% van de mensen niet haalbaar. Creativiteit heeft te maken met het toepassen van andere kennis op een probleem uit een ander werkveld, of het benaderen van het probleem vanuit een ander perspectief. Hoe breder je kennis en meer je traint in het buiten je normale denkpatroon treden, hoe creatiever je personeel zal worden.

Proactiviteit is niet het wijzende vingertje

Je personeel wil graag aan de slag met een project en zit vol ideeën over hoe ze het gaan aanpakken. Maar zoals Guy Kawasaki zegt: “Ideas are easy. Implementation is hard”. Bovendien moet je personeel ook zonder jouw sturing je bedrijf staande zien te houden en moeten ze dus hun eigen klus klaren en daadkrachtig te werk gaan.

Proactiviteit is dus koning maar: heel vaak wordt proactiviteit door leidinggevenden (jij dus!) ingezet zodat jij er geen tijd meer aan hoeft te besteden. Ook kan proactiviteit worden omgevormd tot het ‘wijzende vingertje’: “Dat is je eigen verantwoordelijkheid!”. Jij bent de baas, dus álles is jouw verantwoordelijkheid (zelfs als het niet jouw schuld is).

Proactiviteit is vooral een mind-set. Voor jouw werknemers is het de ‘can-do’ houding; de ‘dit-moet-er-komen!”- gedachte; de “al-moet-ik-hemel-en-aarde-bewegen” -motivatie om dingen gedaan te krijgen. Hoe voedt je die? Door werknemers openlijk te prijzen voor het nemen van verantwoordelijkheid (ook al lukt het project niet), door aan iedereen te laten zien dat er middelen beschikbaar zijn (“Voor het project van Jantien hebben we €1.500 uitgetrokken”- zo groot hoeft het dus niet te zijn) en door succes samen te vieren.

Een mooie quote om mee af te sluiten:

Clients don’t come first, employees come first. If you take care of your employees, employees will take care of your clients – Richard Branson, Virgin.

Lekker discussiëren met je wethouder? Argu regelt het!

“Politiek is te veel marketing en te weinig inhoud”, zegt Joep Meindertsma, co-founder vanArgu, het platform voor oplossingsgericht discussiëren. En met de eerste gemeente (Houten) als klant en 500 gebruikers in de afgelopen paar maanden, werd het tijd om deze startup onder de loep te nemen.

Geen vuilbekkerij, gezeur of belaagde politici maar een echte grote-mensen-discussie waar zowel burgers als bestuurders wat aan hebben.

Via Argu, dat tevens werd opgericht door Thom van Kalkeren en Michiel van den Ingh, kunnen burgers met elkaar maar ook met politici discussiëren over problemen of oplossing die worden aangedragen via Argu. Er is een landelijk forum maar iedere gemeente die mee doet krijgt uiteraard haar eigen plek om van gedachten te wisselen met haar inwoners. Het technische format van gespreksvoering wordt sterk gestuurd: en dat werkt goed!

Discussies worden gestructureerd aan de hand van een vraagstuk, met daaronder mogelijke oplossingen. Onder die oplossingen kunnen mensen argumenten voor of tegen toevoegen. Geen vuilbekkerij, gezeur of belaagde politici maar een echte grote-mensen-discussie waar zowel burgers als bestuurders wat aan hebben.

De huidige standaard is duur, tijdrovend en bereikt maar een klein publiek

“Argu biedt gemeenten een moderne manier om burgers te bereiken”, vertelt Meindertsma wanneer we hem vragen: ‘Waarom Argu?’.”.

“Je kunt stellen dat onze grootste concurrent de offline democratie is: denk aan het bellen van politici, het sturen van brieven naar de gemeente en het aanwezig zijn bij inspraakavonden. Wij licenseren discussie-omgevingen aan gemeenten. Met zo’n Argu forum kan een gemeente op een eenvoudige manier een grote groep mensen bereiken en constructief laten meedenken over beleid in de gemeente. Dat helpt een gemeente bij het vergroten van draagvlak voor beleid en het geeft inspiratie voor creatieve oplossingen.”.

Mooi dat Argu dat kan, maar wat hopen jullie nou echt te bereiken?

“We zijn als maatschappij te veel bezig met het praten over Tv-optredens van politici en te weinig met het voeren van rationele, goed onderbouwde en oplossingsgerichte discussies. We gebruiken het internet tegenwoordig voor alles van shoppen tot kattenvideo’s kijken, maar onze democratie blijft achter. Het internet maakt het mogelijk om met heel grote groepen mensen na te denken over de problemen van onze maatschappij, maar bestaande social media platforms zijn niet ontworpen voor inhoudelijke discussies: ze zijn bedoeld om leuke, korte berichtjes te delen.”.

“Wij hebben een discussieplatform ontworpen om helder te krijgen welke problemen er bestaan in onze maatschappij, welke oplossingen er te bedenken zijn, en welke voor- en nadelen er horen bij die oplossingen. Zo wordt een onderbouwde mening toegankelijker voor zowel kiezers als politici.”.

Mensen hebben geen interesse in beslissingen of politiek: gaan er genoeg mensen naar Argu komen?

“Onze democratie verandert. Steeds minder mensen voelen zich goed vertegenwoordigd en hebben vertrouwen in politieke partijen. We zijn de politieke spelletjes zat, maar zijn wel geïnteresseerd in wat er speelt in de wereld. We tekenen massaal petities en gaan gepassioneerd met elkaar in discussie, terwijl de politieke partijen leegstromen. Onderzoek laat zien dat bijna elke vorm van politieke betrokkenheid afneemt – behalve online. Wij vervullen een opkomende behoefte: om mee te denken over beleid, zonder mee te doen aan de politieke spelletjes.”.

Onderzoek laat zien dat bijna elke vorm van politieke betrokkenheid afneemt – behalve online.

En hoe gaat Argu ervoor zorgen dat de mensen zich meer verbonden voelen met politiek?

“Argu is een platform waar iedereen aan mee kan doen – je hoeft geen lid te zijn van een politieke partij om je stem te laten horen en mee te denken. Minder dan 3% van de Nederlanders is lid van een politieke partij, maar meer dan 50% zegt op een manier met politiek bezig te zijn. Met het internet is de rol van de partijen minder groot geworden. Met Argu kan je meepraten over de onderwerpen die jij belangrijk vindt, wanneer jij dat wil, zonder dat je naar jaarcongressen moet gaan en jaarlijks moet betalen.”.

En als Argu straks groot is en mensen kunnen met elkaar discussiëren over ideeën in plaats van personen, hebben we dan geen politici of politieke partijen meer nodig?

“De rol van de politicus als volksvertegenwoordiger wordt minder groot wanneer het volk zichzelf kan vertegenwoordigen. Ook de rol van de politieke partij is kleiner wanneer je niet meer naar een congres te komen om inspraak te hebben op een partijprogramma. Dat gezegd hebbende is ons systeem afhankelijk van politici en mens tot mens interactie, dus kunnen die nog lang niet vervangen worden met software. Wel geeft Argu een nieuwe, veel directere manier waarop inwoners mee kunnen praten over wat zij anders willen en waarom zij dat willen.”.

Jullie zijn erg hard gegroeid in gebruikersaantallen en hebben investeerder aan je weten te binden: wat zijn de plannen voor de komende tijd?

“We willen interessante data uit de politiek makkelijker beschikbaar maken. Wat gebeurt er precies in de gemeenteraad en in de tweede kamer? Deze informatie is vaak wel openbaar beschikbaar, maar de manier waarop, dat kan beter. Het meeste daarvan staat verstopt in talloze documenten op ingewikkelde websites. Hoe vet zou het zijn als je direct kan zien wat een politieke partij of politicus heeft gestemd in de tweede kamer? Dat je kunt zien welke voorstellen er zijn ingediend en welke er worden aangenomen? Welke partijen elkaar vaak wel steunen of juist niet? Door gebruik te maken van open data die in de nabije toekomst wordt vrijgegeven door de Open State Foundation en de Tweede Kamer, kunnen we dit mogelijk maken.”.

Om de ontwikkeling te bekostigen, zijn we op 16 september een crowdfundingcampagne gestart

“Deze nieuwe functionaliteit ontwikkelen we als een losse dienst, zonder verdienmodel. Iedere gemeente die het ondersteund kan hier dus gebruik van gaan maken. Om de ontwikkeling te bekostigen, zijn we op 16 september een crowdfundingcampagne gestart in samenwerking met de gemeente Utrecht en de 1%-Club. De gemeente Utrecht verdubbelt het bedrag dat er wordt gedoneerd als we ons bescheiden doelbedrag van €2500 halen, dus doe vooral mee als je ook gelooft dat onze democratie transparanter moet zijn!”.

Groot bedrijf? Leer innoveren als een startup!

Grote bedrijven kunnen nu eenmaal niet innoveren zoals een start-up dat doet. Maar dat betekent niet dat ze niet kunnen innoveren!

Wat hebben corporates? Een winstdoelstelling. Wat hebben startups? Een ‘passiedoelstelling’.

Grote bedrijven werken goed in een stabiele omgeving waarin vraag en antwoord evenwichtig zijn. Die statische wereld is in extreem hoog tempo aan het veranderen en zal over een aantal jaar nauwelijks meer bestaan. Betekent dat dan ook dat grote bedrijven geen plek meer hebben en uitsterven? Dat hoeft niet zo te zijn! Ook grote bedrijven kunnen leren om succes te behalen door doordacht risico te nemen, ideeën tussen werknemers te delen en initiatief en ‘ownership’ aan te moedigen.

Een corporate kun je niet in een start-up jasje proppen: daar barst ‘ie uit

Moet je als groot bedrijf afbouwen naar een start-up om te kunnen innoveren? Natuurlijk niet! Corporates hebben net zoveel bestaansrecht als een start-up en het is helemaal nodig om een totale bedrijfsstructuur omver te werpen alleen maar om ondernemender te worden. Door het implementeren van bepaalde methoden, technieken en attitudes van start-ups kunnen grotere bedrijven alsnog goed vernieuwen en de concurrentie voorblijven.

Worden ze daarmee net zo innovatief als een start-up? Waarschijnlijk niet. Is dat nodig om te blijven bestaan? Zeker niet! Grote bedrijven beschikken over veel meer middelen dan een start-up, oftewel, ieder heeft zijn sterktes en zwaktes maar dat betekent niet dat het één het ander uitsluit.

Waarom ondernemender zijn dan?

Er zijn meerdere redenen voor grote bedrijven om ‘ondernemend bedrijfsvoeren’ te implementeren in hun bedrijfscultuur. Veel producten die worden gelanceerd falen (denk aan TIM van ING), in de klantbehoeften wordt onvoldoende voorzien, andere bedrijven bieden betere services en risicomijdend gedrag leidt tot het missen van cruciale marktkansen. In plaats daarvan kan een grote onderneming leren om sneller te schakelen, open te staan voor nieuwe ideeën en de slagkracht die het heeft efficiënter inzetten.

Een vis in een blok beton

Ondernemend en innovatief handelen binnen start-ups lijkt op een vis in het water. De start-up heeft veel bewegingsvrijheid, kan naar buiten kijken en leren, op onderzoek uit en kan zoveel mogelijk snelheid maken als hij wil. Regels, vastgeroeste gewoontes, risicomijdend gedrag en onbetrokken medewerkers maken van helder water een stugge massa: ondernemen binnen corporates lijkt vaak meer op een vis in een bak cement. De vis kan niet naar buiten kijken, bewegen is moeizaam en stug en hij zit eigenlijk vast in zijn eigen omgeving met verstikking als gevolg.

Het verschil zit ‘m in de mindset. Enerzijds moeten de managementlagen binnen een bedrijf openstaan voor nieuwe ideeën, anderzijds moet er wel een workforce zijn die zich die ideeën toe-eigent en ze uitvoert. Aan beide kant van het spectrum worden problemen ervaren. Medewerkers die steeds aankomen met nieuwe concepten die keer op keer doodbloeden, of een manager met een innovatief project dat een ondernemende houding vereist maar vervolgens wordt geconfronteerd met een team dat niet out-of-the-box wil denken, elkaars ideeën afkraakt of geen zin heeft buiten de werkomschrijving aan de slag te gaan.

Oplossing voor corporates?

Het doel van grote ondernemingen is om leidend te blijven en voorsprong te behalen of te blijven behouden op de concurrentie. Door ‘jezelf’ als bedrijf te blijven heruitvinden kan een bedrijf concurrent blijven, denk bijvoorbeeld aan Apple. Extreem belangrijk hierbij is de ontwikkeling en adoptie van nieuwe concepten door de mensen binnen het bedrijf. Veel collega’s sparren informeel over ideeën die ze hebben (“Weet je wat we eigenlijk zouden moeten doen..”) voordat ze naar een leidinggevende stappen. Het formaliseren, voeden en belonen van dit proces en de betrokkenen is cruciaal wil een corporate organisatiebreed een ondernemende houding aannemen. Onhaalbaar? Helemaal niet. Maar wel ‘even’ schakelen!

 

Heeft jouw bedrijf een goed verhaal? Storytelling 101

Tranen met tuiten bij The Persuit of HappinessForest Gump of Disney? Dikke kans. Tranen met tuiten bij het zien van een auto-reclame? Waarschijnlijk niet. Lachen, gieren, brullen bij 21JumpStreetMonthy Pyton and the Holy Grail of Shaun of the Dead? Maar niet bij een verzekeringsreclame. Opvallend hoe sommige boodschappen ons kunnen vervoeren terwijl andere boodschappen ons koud laten of zelfs irriteren. En dat terwijl fantastische voorbeelden zijn van bedrijven die storytelling 100% onder de duim hebben.

Denk aan Apple/Steve Jobs, de Google-broers, Fairtrade of personen als Stephen Hawkins, Bill Gates of Warren Buffet: iedereen kent ze omdat ze “een goed verhaal hebben”. Een verhaal dat verbindt, beweegt, inspireert en uiteindelijk blijft hangen zodat het kan worden doorverteld. Dat is wat Storytelling voor jouw bedrijf doet!

Wat zijn dan kenmerken van een verhaal? Ten eerste een helder begin en einde. Daar gaat het bij veel bedrijven al mis. Dat is logisch want dankzij de vele kanalen die we tot onze beschikking hebben worden we als bedrijf en vaak ook als persoon getriggerd om continue te blijven zenden: zonder begin of einde.

Facebook, Twitter, LinkedIn, Instagram en ga zo maar door: er is altijd wel ‘een’ actualiteit die we aan ons bedrijven kunnen verbinden en waarmee we de aandacht van onze doelgroep kunnen trekken. Maar moeten we dat dan ook doen? Alleen als het ondersteunend is voor ons eigen merk.

Een ander kenmerk is een ‘held’ die iets wel of niet wil en daarbij tegen een probleem aanloopt. Er gaat er een verandering komen in de huidige stand van zaken. De held van het verhaal gaat verandering teweeg brengen, of dat nou een tegenreactie is (iets voorkomen) of het ondernemen van een actie is (het initiëren van iets). Welke ‘stand van zaken’ gaat jouw bedrijf veranderen en hoe vertel je daarover? Veel bedrijven vertellen over hun product, acties of kortingen. Maar dat lost voor de klant misschien helemaal geen probleem op. Het boeit ze niet en worden niet betrokken.

Een goed voorbeeld? “Sterretje in je ruit” van Carglass. Hoe raar het ook klinkt, maar van ieder sterretje weten ze een verhaal te maken: “Op vakantie met een sterretje in je ruit? Voor je het weet sta je stil langs de kant van de weg en is je vakantie verpest”. De ‘helden’ van Carglass schieten je te hulp!

Over helden gesproken..? Wie is de held van jouw bedrijf? Ik heb het niet over een mascotte die aan de zijlijn staat te juichen en het publiek opzweept (dat hoort je media- of PR-afdeling te zijn!) maar degene(n) die de actie ondernemen waarmee jouw klant geholpen is. Bij Carglass is dat “Paul” of “Martin” en bij Albert Heijn was dat supermarktmanager Harry Piekema en bij Apple was het Steve Jobs. Wie is er bij jouw publiek bekend als ‘de held’?

Er zijn nog veel meer kenmerken van Storytelling voor bedrijven dus stay tuned!

Hurrah: I’m in the Top 19 Crowdfunding Experts Worldwide!

This article has been published earlier by Murray Newlands on Inc.com

Top 19 Crowdfunding Experts Startups Need to Know

Crowdfunding has grown to become a very large part of startups’ success plan. Many companies are launching their businesses on sites like Kickstarter, Indigogo as well as several other sites to give their business a social proof.

Crowdfunding has grown to become a very large part of startups success plan. Many companies are launching their businesses on sites like Kickstarter, Indigogo as well as several other sites to give their business a social proof. I’ve organized a list of some of the top experts from around the world to help you get the best advice possible when it comes to crowdfunding. The following is our list of the top 19 crowdfunding experts we used inPowered for the data:

Samantha Hurst

Samantha Hurst is presently a staff writer with Crowdfund Insider. She works alongside crowdfunding experts and lawyers to get the most recent news on the latest campaigns, platforms, and press releases. In the past, she has worked in numerous industries which include social media, engineering, entertainment media, and event planning.

Michael Ibberson

Michael Ibberson is an expert writer from Toronto, Ontario, who specializes in press releases, blogs and newsletters. He contributes to Crowdfunding–education/strategy, campaign promotion, and campaign management.

Kamni Gupta

Kamni is a lover of knowledge, a strategist and a leader. She is a self-proclaimed start-up junkie, with more than six years of expertise working with various early phase start-ups, the latest being CrowdFoundme, CoFoundersLab, and TheM2Group.

Erin Hobey

Hobey writes and researches original copy which covers international and domestic crowdfunding campaigns, which include Atlas Wearables, AngelPad, BoatSetter, and Boatbound, just to name a few.

Robert Hoskins

Hoskins is a Fortune 500 Corporate communications leader who has been fortunate enough to appreciate a long corporate communications career which has involved planning marketing campaigns for known brands and firms, which include: American Airlines, Halliburton, Rockwell International, Bell Helicopter, Texas Instruments, MCI, Sprint, etc.

Catherine Clifford

In the ten years that she has been a journalist, she has worked with The New York Daily News, CNNMoney.com, CNN, and Entrepreneur.com. She has intentionally driven her path in journalism toward the topics which excite her. Clifford’s latest work covers crowdfunding and social entrepreneurship and, according to her, has been the most rewarding of her career.

Aaron Djekic

CEO and founder of CrowdClan, Aaron Djekic, previously spent almost ten years helping startup businesses that needed capital to launch their companies. Djekic has designed the Beta version of CrowdClan, amongst the most successful and reputable crowdfunding resources out there today.

Bill Huston

According to statistics, 60 percent of crowdfunding campaigns never become completely funded. At My Crowd Rocks they think the reason is simple. Crowdfunding includes a compound term and if you do not build an excited and engaged crowd you won’t get the funding desired.

Darryl Burma

Burma is a crowdfunding industry thought leader and forward thinker. For the last couple of years he has been highly involved within the crowdfunding field and is the CEO and Co-founder at CrowdMapped.com, the globe’s first 411 search directory and global geo-location based crowdfunding company.

Fritz Parker

Parker researched, wrote, and managed blog content to spotlight the work of the crowdfunding industry and Launcht, which includes industry developments and trends.

Ludwine Dekker
Dekker is the senior contributor for CrowdfundInsider. Dekker has been coaching entrepreneurs and executing their fund raising for 3 years. As a digital marketing expert, Dekker specializes in entrepreneurship, fund-raising, and technology. As a Symbid campaign manager, Dekker strategically manages the entrepreneur’s requirements and campaigns, frequently writes for many platforms, organizes pitch events, as well as gives workshops

Paula Newton

Another crowdfunding expert. She writes comprehensive guides on how and what to do for every crowdfunding situation.

Kendall Almerico

Crowdfunding expert, attorney, as well as JOBS Act Expert named within January of 2014, by VentureBeat, as the seventeenth Most Influential Leader Within The Crowdfunding Industry.

Simon Dixon

Dixon is an active banking reformer as well as director of the United Kingdom Digital Currency Association and founding member of the United Kingdom CrowdFunding Assoc., who consistently speaks about the future of finance to financial institutions, investors, businesses, and governments.

Clyde Smith

Hypebot Sr. Contributor Clyde Smith blogs of music crowdfunding at Crowdfunding For Musicians.

Devin Thorpe

Thorpe’s books on crowdfunding and personal finance draw on his entrepreneurial finance expertise as a CFO, an investment banker, mortgage broker, and treasurer, assisting individuals utilize financial sources to do good.

Chance Barnett

Barnett is the CEO of crowdfunder.com. He democratizes early phase investment for entrepreneurs via the power of the JOBS Act and equity crowdfunding.

Vann Alexandra Daly

Vann Alexandra includes a creative services agency which gets projects financed via crowdfunding. In the last 2 years, the business has produced multiple crowdfunding campaigns-with a 100 percent success rate-and raised millions of dollars for customers who include Neil Young, critically acclaimed journalists, and Emmy and Oscar nominated filmmakers.

Carolyn M. Brown

Brown is Sr. Producer at Black Enterprise, and is responsible for the editorial direction of content about franchising, entrepreneurship, small business financing, and entertainment around multimedia platforms–live events, broadcast, digital and print.