3 ways incubators and accelerators will help you kick off your business!

Founder of a startup or thinking about starting your own company? Then you’ll need all the help you can get, including that of accelerators and incubators! But what’s the difference and why should you want their help?

Accelerators vs. Incubator

Crudely put, accelerators are short term, incubators are long term. The latter are often part of a larger company or institution, such as a university. In the last five years the call for universities to valorise (make useful) the knowledge they produce has grown, and incubators are one way of doing that. In combination with an increased number of people that want to start their own company,the need for expertise about entrepreneurship has grown, too. Accelerators focus on speed and getting things done. Intensive coaching, clear deadlines, resources and a cut out, step-by-step program are what characterise these initiatives. Incubators are great for in-depth knowledge and testing.

Dutch entrepreneurs can check Gerben Derk’s article (“Startup incubators en accelerators wie zijn ze en wat moet je ermee?”) for more information about the differences.

So why participate in one of these programs? To quickly and efficiently counter the pitfalls that all entrepreneurs will run into at some point during their exciting startup development: lack of time, lack of results and making unnecessary mistakes.

Lack of Time

True, signing up for a program will not literally create more time, but it does create the focus necessary to do more in less time. Seeing that most programs require you to sign up with not only a clear business plan but also a clear approach of what you’re going to accomplish the next months, it’s obivous that even only applying might get you started. Additionally, you don’t need to waste time on finding a cheap but sufficiently equipped office that’s also easy to reach, setting up your internet connection or arranging a coffee machine. Somewhere. Everything’s there and available at a low price.

Lack of Results

Startup dreams are great but in the end you want to see some results, even if it’s just to verify your hard work actually produces some kind of output. Additionally, if you have investors or partners, they’ll want to see some results too. For investors the incentive is clear: you’re using their money, to get them more money. But friends and family will also be very disappointed if your startup isn’t able to deliver your promises.

The fact that you work with coaches, a schedule, a well thought out plan, the fact that you have a larger network and access to more knowledge will make it much easier for you to produce something tangible. Entrepreneurship is about turning a vision into a result: you can’t do that  when you’re in a room on your own, 24/7.

Unnecessary mistakes

I know it’s very cool to say that you should make as many mistakes as possible, because it will miraculously turn your idea into a operating company. I disagree and so do you, seeing that it’s much better to avoid  wasting money, time and people’s patience as much as possible, and only make well calculated mistakes from which you learn.And there are a couple of things about mistakes that accelerators and incubators can help you with.

A lot of not-so-smart mistakes come from entrepreneurs who pride themselves with being opinionated and stubborn. Though it’s great to have an opinion on what you think should happen, it’s even better to double check it with an expert or a peer before spending the next three months finding out what you could’ve known on forehand. In my experience, it’s better to ask than to assume. And with a co-founder, coach, accelerator network, and a lot of other startups, it’s much easier to find a person who knows a person.

Don’t get me wrong, you’ll make mistakes and you’ll make a lot of them that in hindsight were so obvious your beloved and blind-as-a-bat granny could’ve seen them coming. But if these mistakes are the result of you being stubborn or refusing to ask for help, you’re going to have a hard time setting up a company.

In short..

There are lots of entrepreneurs who make it without an accelerator or incubator. But if you’re clear on what you want but don’t know how to get it, participating in a program can be very beneficial. A good coach or program is like a personal trainer: it’s get you off your butt and in shape!

Ondernemen? Lees “The Lean Startup”!

Wie werkzaam is als ondernemer of als dienstverlener binnen het ondernemerschap kan er niet omheen: de Lean Startup Method.

Omdat ik zelf werkzaam ben binnen de ondernemersbranche en deel uit maak van een start-up, was het voor mij interessant om te achterhalen wat nou precies het idee is van Eric Ries’ succesvolle methode. Wat is de Lean Startup Method en wat staat er in het boek “The Lean Startup”? Samengevat: een leermethode om je bedrijf mee te ontwikkelen.

‘Leermethode’ klinkt misschien wat truttig en lijkt niet in het plaatje van de vlotte ondernemer te passen, maar volgens Ries zelf is LSM validated learning- a rigorous method for demonstrating progress when one is embedded in the soil of extreme uncertainty”. Om hun onderneming te doen slagen moeten ondernemers grote onzekerheden kunnen managen, zowel voor zichzelf, hun team als voor hun mogelijke investeerders. Dit wordt enerzijds gedaan door continue productverbetering, en anderzijds door deze onzekerheden om te buigen tot kansen.

Op basis van vijf principes leidt Ries’ je door zijn boek:

  1. Ondernemers zijn overal aanwezig, ook binnen organisaties. Daarmee definieert hij het concept dat we van ondernemers hebben en welke taken er horen bij ondernemerschap op een nieuwe wijze.
  2. Ondernemen is managen. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, moet ontwikkeling onder wisselende en onzeker omstandigheden (want dat is wat ondernemerschap in de kern vaak is), worden gemanaged om er het beste uit te halen.
  3. “Gevalideerd leren”, oftewel, het gestructureerd testen van de visie en het product dat de start-up ontwikkelt.
  4. Om dat leerproces optimaal te laten verlopen is het nodig mensen aansprakelijk te stellen, mijlpalen in te bouwen en voortgang vast te leggen. Oftewel, innovatie moet worden beheerst en ontwikkelt, zij het in abnormale omstandigheden.
  5. Ten slotte is er de Build-Measure-Learn-cyclus, veruit het bekendste principe van The Lean Startup. Dit bekent zo snel mogelijk beginnen met bouwen in plaats van het toewerken naar een volledig volmaakt product dat vervolgens toch niet volmaakt blijkt. Hoe sneller het product door de doelgroep wordt getest, hoe sneller de ondernemer fouten uit het product kan halen en het kan verbeteren.

Het boek is zeker een aanrader, alleen al vanwege de praktijkvoorbeelden die horen bij deze principes. Ries heeft een prettige manier van schrijven (het lijkt eerder alsof hij je daadwerkelijk toespreekt via de bladzijden) en een schat aan ervaring die hij deelt. Zijn ideen zijn gebaseerd op de praktijk en hij weet op basis hiervan een duidelijke wijze een herhaalbare, begrijpelijke methode te presenteren.

Er worden echter ook minpunten verdient door de verwijzingen naar zijn “wetenschappelijk methode”. Wat mij betreft is “gevalideerd” niet per definitie gelijk aan “wetenschappelijk”. Daarbij komt ook nog dat, hoewel hij deze methode ontwikkelt heeft op basis van kennis en heeft kunnen herhalen, het toetsen en vastleggen van, en het voortbouwen op zijn theorie door verschillende onafhankelijke partijen ontbreekt.

Dat terzijde denk ik dat The Lean Startup een echte ‘must-read’ is voor iedere ondernemer (of manager!) vanwege de duidelijke, goede aanpak die hij voorlegt en het feit dat je in feite direct aan de slag kunt met dit boek.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Maxposure

Finance was nog nooit zo fascinerend: hoeveel is jouw bedrijf waard?

Weten hoe je toekomstige investeerder nou echt denkt over je bedrijf en waarom? Zo moeilijk is het helemaal niet!

Althans, niet volgens Daniel Faloppa en Gianluca Valentini van Equidam, het “online company valuation” bedrijf uit Rotterdam. Of eigenlijk, Italië. Want Equidam is zo’n drie jaar geleden opgericht door twee internationale studenten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Zij hebben een online bedrijfswaarderingstool ontwikkeld die de diepte ingaat (ca. 15 pagina’s aan uitleg in het hele rapport) zonder daarbij de begrijpelijkheid en laagdrempeligheid voor startende ondernemers tekort te doen. Daarmee ze hopen om bedrijfswaardering voor iedere ondernemer toegankelijk te maken.

Wat motiveert twee studenten om binnen één van de best betaalde sectoren (finance) een risicovolle en slecht betaalde ‘baan’ als ondernemer te nemen? De overtuiging dat jij dadelijk op gelijk niveau met je investeerder om tafel kunt zitten!

Waarom zijn jullie een bedrijfswaarderings-bedrijf gestart?

“Zowel Gianluca als ik zijn altijd al gefascineerd geweest door de creatie van bedrijven”, zegt Daniel Faloppa. “Wij geloven 100% dat nieuwe bedrijven innovatie sturen, dat ondernemers de risicodragers zijn en dat zij in staat zijn om technologie en vooruitgang te kapitaliseren. Wij willen die ondernemers helpen bij het vereenvoudigen van het besluitvormingsproces in een vroeg stadium van het bedrijf door hun bedrijfswaardering te versimpelen”.

[quote_box_center author=””]Je moet dus beseffen dat je een deel van je controle en je cash-flow rechten kwijt bent voor de rest van het bestaan van jouw bedrijf, voor altijd dus.[/quote_box_center]

Je besluitvormingsproces vereenvoudigen klinkt als iets waar alle bedrijven wat aan kunnen hebben, maar je doet toch een bedrijfswaardering om met investeerders om de tafel te kunnen zitten?

“Klopt! Maar wanneer je bezig bent een eigen vermogen-financieringsronde verkoop je je bedrijf. Je moet dus beseffen dat je een deel van je controle en je cash-flow rechten kwijt bent voor de rest van het bestaan van jouw bedrijf, voor altijd dus.”

“Vragen die daaruit voortkomen zijn bijvoorbeeld “Moeten we nu in zee gaan met deze investeerder of nog even wachten?”; “Hoe werkt deze waardering door in de toekomst?”; “Kan ik bedrag X vragen voor percentage Y?”; “Ben ik er wel echt klaar voor om dit deel van mijn bedrijf te verkopen?”, enzovoorts. De allereerste rol van de bedrijfswaardering is dus deze besluiten makkelijker te maken.”

[quote_box_center author=””]Er is geen één juiste prijs.[/quote_box_center]

Met een bedrijfswaardering in handen kan ik dus de juiste prijs vragen aan mijn toekomstige investeerder(s)?

“Er is geen één juiste prijs. Een bedrijfswaardering an sich kan alleen maar ‘te’ hoog of ‘te’ laag zijn in vergelijking met huidige waarden zoals omzet, tractie, behaalde milestones, huidige kapitaalmarkten, toekomstige omzetten, het team, enzovoorts. Je hebt dus een goed inzicht nodig in die parameters om een inhoudelijk gesprek te kunnen voeren met een investeerder”.

Ja, maar als een bedrijfswaardering relatief is dan heeft zo’n waardering op basis van die parameters toch geen waarde? Al die feiten doen er niet toe als ik en mijn investeerder samen iets anders besluiten.

“Misschien helpt het om te snappen dat er een verschil is tussen prijs en waarde (of waardering). Wat Equidam probeert te doen is om een objectieve waarde te bepalen. Dat kun je vergelijken met het taxeren van een huis waarbij de prijs wordt bepaald op basis van het aantal vierkante meters, de staat van onderhoudt enzovoorts, in vergelijking met huizen in de buurt.”

[quote_box_center author=””]Wat Equidam probeert te doen is om een objectieve waarde te bepalen. Dat kun je vergelijken met het taxeren van een huis.[/quote_box_center]

“Vervolgens kan het zijn dat een koper bijzonder geïnteresseerd is in juist jouw huis en daarom bereid is om meer te betalen. Of, als jij als verkoper juist graag van het huis af wilt, dan doe jij aan jouw kant wat water bij de wijn. Maar door zoveel mogelijk informatie over het huis helder en duidelijk tentoon te spreiden kunnen beide partijen in ieder geval een gezonde, inhoudelijk waardevolle discussie voeren over de uiteindelijke prijs”.

“Voor investeerders in jouw startende bedrijf geldt dat ze waarschijnlijk meer getraind zijn in deze discussies waardoor men gelooft dat ze een betere startpositie dan een ondernemer hebben in een bedrijfswaarderingsgesprek. Door de achterliggende informatie van een bedrijfswaardering op overzichtelijke wijze beschikbaar te maken en ondernemers mee te nemen door het gedachteproces van een investeerder, helpt Equidam ondernemers om op gelijk niveau het gesprek te voeren”.

Helder! Dus dan heb ik bijvoorbeeld een Equidam-waarderingsrapport in handen en kan ik op zoek naar investeerders: hoe doe ik dat?

“De beste manier om investeerders aan boord te krijgen is door het bedrijf uit te bouwen. Dat betekent zo ver mogelijk komen met de beschikbare middelen, het concept naar buiten te brengen en contacten te leggen die je bij je investeringsronde kunnen helpen. Dus contacten bij andere startups die net een investering hebben gekregen bijvoorbeeld”.

“Wanneer je eenmaal daadwerkelijk geld gaat ophalen, is het belangrijk om je plannen op papier te zetten. Zo ‘vang’ je alle ideeën die er rondzweven in je bedrijf en kun je makkelijker de sterke en zwakke punten identificeren doordat je alles concreter maakt. Daarna zijn de stappen naar een pitchdeck en financieel plan ook makkelijker. Daarna kun je aan de slag met een bedrijfswaardering zodat je een marge qua bedrijfswaardering definieert waarin je terecht wilt komen.”

“Als je dat allemaal op orde hebt kun je die informatie gaan delen met je netwerk waarbij het extreem belangrijk is om echt goed te luisteren naar de feedback die je krijgt en te proberen om goed antwoord te geven op de vragen die je krijgt. Plannen zijn niet geschreven in steen en het bijsturen van je plannen geeft je meer vertrouwen in de uiteindelijke beslissing die je neemt. Uiteindelijk zullen van alle personen die je hebt gesproken, een aantal informele toezeggingen voortkomen. Die bouw je uit waarna je vervolgens het juridische traject in gaat waarbij het dus belangrijk dat er geen punten in de bedrijfswaardering zijn overgeslagen”.

[quote_box_center author=””]Vraag de gratis Equidam-waardering aan waarbij je bedrijf binnen 30 minuten op vijf verschillende manieren gewaardeerd wordt.[/quote_box_center]

Tot slot, heb je een tip om mee af te sluiten?

“Zeker, voordat je betaald voor een waardering: vraag de gratis Equidam-waardering aan waarbij je bedrijf binnen 30 minuten op vijf verschillende manieren gewaardeerd wordt. Zo weet je exact op welke punten jouw bedrijf een hoge waardering scoort!”

Groot bedrijf? Leer innoveren als een startup!

Grote bedrijven kunnen nu eenmaal niet innoveren zoals een start-up dat doet. Maar dat betekent niet dat ze niet kunnen innoveren!

Wat hebben corporates? Een winstdoelstelling. Wat hebben startups? Een ‘passiedoelstelling’.

Grote bedrijven werken goed in een stabiele omgeving waarin vraag en antwoord evenwichtig zijn. Die statische wereld is in extreem hoog tempo aan het veranderen en zal over een aantal jaar nauwelijks meer bestaan. Betekent dat dan ook dat grote bedrijven geen plek meer hebben en uitsterven? Dat hoeft niet zo te zijn! Ook grote bedrijven kunnen leren om succes te behalen door doordacht risico te nemen, ideeën tussen werknemers te delen en initiatief en ‘ownership’ aan te moedigen.

Een corporate kun je niet in een start-up jasje proppen: daar barst ‘ie uit

Moet je als groot bedrijf afbouwen naar een start-up om te kunnen innoveren? Natuurlijk niet! Corporates hebben net zoveel bestaansrecht als een start-up en het is helemaal nodig om een totale bedrijfsstructuur omver te werpen alleen maar om ondernemender te worden. Door het implementeren van bepaalde methoden, technieken en attitudes van start-ups kunnen grotere bedrijven alsnog goed vernieuwen en de concurrentie voorblijven.

Worden ze daarmee net zo innovatief als een start-up? Waarschijnlijk niet. Is dat nodig om te blijven bestaan? Zeker niet! Grote bedrijven beschikken over veel meer middelen dan een start-up, oftewel, ieder heeft zijn sterktes en zwaktes maar dat betekent niet dat het één het ander uitsluit.

Waarom ondernemender zijn dan?

Er zijn meerdere redenen voor grote bedrijven om ‘ondernemend bedrijfsvoeren’ te implementeren in hun bedrijfscultuur. Veel producten die worden gelanceerd falen (denk aan TIM van ING), in de klantbehoeften wordt onvoldoende voorzien, andere bedrijven bieden betere services en risicomijdend gedrag leidt tot het missen van cruciale marktkansen. In plaats daarvan kan een grote onderneming leren om sneller te schakelen, open te staan voor nieuwe ideeën en de slagkracht die het heeft efficiënter inzetten.

Een vis in een blok beton

Ondernemend en innovatief handelen binnen start-ups lijkt op een vis in het water. De start-up heeft veel bewegingsvrijheid, kan naar buiten kijken en leren, op onderzoek uit en kan zoveel mogelijk snelheid maken als hij wil. Regels, vastgeroeste gewoontes, risicomijdend gedrag en onbetrokken medewerkers maken van helder water een stugge massa: ondernemen binnen corporates lijkt vaak meer op een vis in een bak cement. De vis kan niet naar buiten kijken, bewegen is moeizaam en stug en hij zit eigenlijk vast in zijn eigen omgeving met verstikking als gevolg.

[quote_box_center author=””]Wat hebben corporates? Een winstdoelstelling. Wat hebben startups? Een ‘passiedoelstelling’.[/quote_box_center]

Het verschil zit ‘m in de mindset. Enerzijds moeten de managementlagen binnen een bedrijf openstaan voor nieuwe ideeën, anderzijds moet er wel een workforce zijn die zich die ideeën toe-eigent en ze uitvoert. Aan beide kant van het spectrum worden problemen ervaren. Medewerkers die steeds aankomen met nieuwe concepten die keer op keer doodbloeden, of een manager met een innovatief project dat een ondernemende houding vereist maar vervolgens wordt geconfronteerd met een team dat niet out-of-the-box wil denken, elkaars ideeën afkraakt of geen zin heeft buiten de werkomschrijving aan de slag te gaan.

Oplossing voor corporates?

Het doel van grote ondernemingen is om leidend te blijven en voorsprong te behalen of te blijven behouden op de concurrentie. Door ‘jezelf’ als bedrijf te blijven heruitvinden kan een bedrijf concurrent blijven, denk bijvoorbeeld aan Apple. Extreem belangrijk hierbij is de ontwikkeling en adoptie van nieuwe concepten door de mensen binnen het bedrijf. Veel collega’s sparren informeel over ideeën die ze hebben (“Weet je wat we eigenlijk zouden moeten doen..”) voordat ze naar een leidinggevende stappen. Het formaliseren, voeden en belonen van dit proces en de betrokkenen is cruciaal wil een corporate organisatiebreed een ondernemende houding aannemen. Onhaalbaar? Helemaal niet. Maar wel ‘even’ schakelen!

Heeft jouw startup een goed verhaal? Storytelling 101

Tranen met tuiten bij The Persuit of HappinessForest Gump of Disney? Dikke kans. Tranen met tuiten bij het zien van een auto-reclame? Waarschijnlijk niet. Lachen, gieren, brullen bij 21JumpStreetMonthy Pyton and the Holy Grail of Shaun of the Dead?

Maar niet bij een verzekeringsreclame. Opvallend hoe sommige boodschappen ons kunnen vervoeren terwijl andere boodschappen ons koud laten of zelfs irriteren. En dat terwijl fantastische voorbeelden zijn van bedrijven die storytelling 100% onder de duim hebben.

Denk aan Apple/Steve Jobs, de Google-broers, Fairtrade of personen als Stephen Hawkins, Bill Gates of Warren Buffet: iedereen kent ze omdat ze “een goed verhaal hebben”. Een verhaal dat verbindt, beweegt, inspireert en uiteindelijk blijft hangen zodat het kan worden doorverteld. Zo maakt storytelling van jouw start-up een succesverhaal!

Wat zijn dan kenmerken van een goed verhaal?

Laten we er 1 uitpikken: de held.

De ‘held’ is iemand met een doel. Hij of zij gaat een verandering teweeg brengen, of dat nou een tegenreactie is (iets voorkomen) of het ondernemen van een actie is (het initiëren van iets). Welke ‘stand van zaken’ gaat jouw bedrijf veranderen en hoe vertel je daarover? Wat drijft je, wat motiveert je? Zorg dat mensen zich kunnen inleven in jouw held en daardoor een verbinding leggen naar zichzelf. Een ‘emotionele pull’ is vele malen sterker dan een rationeel tot stand gekomen afweging. Soms hebben mensen alle voors en tegens op een rij, maar ‘it just doesn’t feel right’. Dat kun je voorkomen.

Heb een klein bedrijf? Dan ben jijzelf misschien de held. Heb je een groot bedrijf? Dan kunnen ook andere mensen of ‘figuren’ de held zijn. Een held hoeft dus niet altijd een echt bestaand persoon te zijn. Bij Carglass is “Paul” of “Martin” de held, bij Albert Heijn was het supermarktmanager Harry Piekema en bij Apple was het Steve Jobs.

De Carglass helden redden je vakantie

Een goed voorbeeld van storytelling in de praktijk? “Sterretje in je ruit” van Carglass. Hoe raar het ook klinkt, maar van ieder sterretje weten ze een verhaal te maken: “Op vakantie met een sterretje in je ruit? Voor je het weet sta je stil langs de kant van de weg met je kinderen en is je vakantie verpest”. “In de winter een sterretje in je ruit? Dadelijk sta je met min 10 langs de kant van de weg!” Het bieden van een uitweg uit een nare situatie is een emotionele opluchting: de ‘helden’ van Carglass schieten je hoe dan ook te hulp!

Storytelling bestaat uit veel meer elementen dan een held. Ook is het groter dan een pitch (dat is je ‘haakje’) en is het meer dan 1 losse marketingactie. Een ‘goed verhaal’ kan worden ontworpen en ontstaat niet bij toeval. Wacht dus niet langer en “get your story straight”!

Leiders lijken meer op persoonlijke ontwikkelcoaches dankzij onze digitale maatschappij!

Lange termijn-doelstellingen, faciliteren, mensen als spirituele personen en “what’s in it for we”.

Leiders lijken steeds meer op persoonlijke ontwikkelingscoaches, past dat in een wereld die wordt gedreven door technologie? Ja! Sterker nog, de digitalisering en steeds hogere mate van technologie zorgt ervoor dat we weer besef hebben van onze eigen (menselijke) bijdrage.

Als je ’t thuis niet krijgt ga je ’t ergens anders halen

Geen opleidingsbudget? Ik train mezelf wel in mijn eigen tijd. Twijfels over je baas? Even je oordeel spiegelen op Reddit. Alsnog een andere baan? Vacatures genoeg. Carrière switch? Internet leert je hoe.

De digitalisering van onze maatschappij en de middelen die daarmee voor handen zijn gekomen, hebben onze afhankelijkheid van andere mensen in bepaalde opzichten sterk verminderd en dat is goed. Vroeger liet je het wel uit je hoofd die vervelende bibliothecaris ook vervelend terug te behandelen, anders redde je het niet met je onderzoek, nu heb je hem/haar niet meer nodig. Hetzelfde gold voor je baas: je had ‘m nodig om of vooruit te komen of om er niet op achteruit te gaan.

Natuurlijk zijn we nu (hopelijk tot op zekere hoogte) afhankelijk van technologie, dus het is flink balen als het internet er een uurtje uit ligt. Maar je afreageren op mensen, dat doe je niet. De rol die we als collega’s en leidinggevende hebben is sterk veranderd omdat men ons niet meer om dezelfde redenen nodig heeft als voorheen. Hoe zit dat?

Ook mensen worden ‘resources on the balance sheet

‘De Organisatie’ is niks

De organisatie was vroeger niet alleen een plek om te werken maar voor velen ook een plek voor ‘middelen’. Voor opleiding, ontwikkeling, geld, sociale contacten en zelfs zorg en verzekeringen  waren we afhankelijk van onze werkgever. Als we willen kunnen we veel van die zaken nu zelf regelen. Klinkt best goed, behalve wanneer je als werknemer een zwakkere positie hebt en dat was al snel het geval. Bovendien had de organisatie maar één doel: groeien.

Is er nog iets dat als enige doel heeft om te groeien? Ja, kanker

Een business expert zei ooit: “Is er nog iets dat als enige doel heeft om te groeien? Ja, kanker”. Lekker stevige statement maar niet geheel onwaar. Een organisatie die alleen maar groeit om te groeien heeft geen hoger doel. Processen en middelen, dus ook mensen, worden ‘resources on the balance sheet” van het bedrijf. Zou jij je vrijwillig opofferen voor een zielloos bestaan? Er komen hele generaties aan (inclusief de bestaande) die dat niet (langer) pikken en op zoek zijn naar kleine bedrijven, zelfstandigheid en de mogelijkheid om te falen.

OldvsNew

Wat moeten leiders dan doen?

Zie de afbeelding. Interessante punten en ik pak er even drie uit.

1) Afhankelijkheid van mensen is veranderd

Ja, we zijn nog steeds afhankelijk van mensen maar dan voor de ‘menselijke maat’ in ons technologische paradijsje. Er is zoals je ziet steeds meer visie op wat de persoon wil, hoe mensen zich ontwikkelen en of we experts zijn binnen een bepaald gebied. Technologie gaat zo snel dat mensen de lange termijninvestering zijn geworden. Dat betekend niet dat ik verwacht dat iemand de komende 10 jaar in mijn bedrijf zal blijven (mag wel) maar wel dat men continue bezig is met zichzelf te ontwikkelen. Zoals Richard Branson zegt: “Clients do not come first: employees come first, they will take care of your client”. Ontwikkeling van werknemers is ontwikkeling van je bedrijf en omdat jij de leider bent, ben je continue in de lead om je werknemers te helpen bij hun ontwikkeling. Coaching en feedback dus.

2) Uitzondering = diversiteit = innovatie = leiden

Bovendien zouden leiders moeten zoeken naar de uitzonderingen om diversiteit te bevorderen. De gechargeerde versie: uitzondering = diversiteit = innovatie = leiden. Waar zoekt de leider concreet naar: patronen en hoe die te doorbreken.  Bijvoorbeeld het C.V. van een marketeer: 3 jaar bachelor Commerciële Economie, 1 jaar Digitale Marketing met als afstudeerscriptie: “Het ABC-model digitaal toegepast op financiële bedrijven”. Niet interessant. Wel interessant: 3 jaar bachelor Econometrie, half jaar vrijwilliger “Teach the Kids” in Zambia en terug in Nederland betaalde huiswerkbegeleiding, waarna 1 jaar Master Wetenschapsfilosofie. Deze persoon maakt keuzes en durft te veranderen. Hoe en waarom dan? Dat is jouw taak als leider om achter te komen.

3) Jij bent de helpdesk van je team

De taakverdeling van een leider: 30% strategische ontwikkeling, 70% helpdeskmedewerker van je eigen team. Ja, er moet altijd iemand in het team zijn die de lead neemt (lees: krijgt/ verdiend, daarover later meer) en een route uitstippelt. Maar die route moet A) aan gort mogen worden geschoten met goede verbeterpunten van het team en B) uit kunnen worden gevoerd door het team met de juiste kennis en in een goede omgeving. En die laatste twee punten zijn jouw verantwoordelijkheid. Mensen moeten naar je toe durven komen met problemen die ze tegenkomen, of het nou gaat over processen binnen het bedrijf, nieuwe ideeën of persoonlijke principes die hen in de weg zitten bij het uitvoeren van een genomen beslissing. Bovendien moeten personen in je team durven te falen en je dit durven te vertellen. Je moet je zelf dan kwetsbaar durven opstellen en daarmee benaderbaar blijven voor je teamleden.

 

Afbeeldingen: Pexels.com & Scoop.it

Als corporate succesvol business blijven draaien en vernieuwen? Dat is ambidexterity!

Corporates beginnen langzamerhand weer ‘sexy’ te worden. Niet omdat ‘de jonge generatie’ eindelijk cynisch begint te worden en al haar dromen heeft verworpen om zich weer aan te sluiten bij het corporate pakkenleger van de Amsterdamse Zuid-As, maar omdat corporates soms ook goede dingen bieden. Zoals?

Stabiliteit, af en toe nodig om rust en focus te creëren en niet continue brandjes te hoeven blussen. Zoals groeiexpert Verne Harnish zegt: “Routine will set you free”. Opleiding, sportscholen en andere secundaire arbeidsvoorwaarden: ja, er wordt goed voor de medewerkers gezorgd. Positie in de markt en uitoefenen van invloed. Als klein bedrijf heb je sneller veel minder in de pap te brokkelen dan een grote speler.

En toch lijken grote bedrijven moeite te hebben met het inzetten van die voordelen om gelijktijdig te kunnen innoveren en groeien. Raar, want ze hebben vaak een groot netwerk, genoeg middelen en zijn zich wel degelijk bewust van het feit dat ze moeten veranderen om relevant te blijven. Daarom wordt het tijd dat we kijken wat een “ambidextrous organisation” ons kan leren over gelijktijdig exploiteren en exploreren.

Ambidexterity is het vermogen van een organisatie om gelijktijdig te kunnen exploreren en exploiteren, om continue haar positie en groei te kunnen behouden en vergroten

Startup v.s. Corporate

Exploiteren heeft een vervelende nasmaak maar in de context van ambidexterity (“links- en rechtshandigheid”) slaat het vooral op het efficiënt kunnen inzetten van bestaande middelen en structuren. Van netwerken tot kapitaal: corporates hebben processen vaak goed op orde. Diezelfde processen lijken innovatie en uiteindelijk groei te drukken. Je kunt de touwtjes ook zo strak in handen hebben dat alles buiten die processen niet tot wasdom kan komen. Exploreren daarentegen slaat op het aanboren van nieuwe ideeën, initiatieven en het actief zoeken naar nieuwe kansen.

Exploiteren: het gebruik van bestaande informatie en middelen om een expert in haar eigen, bestaande veld te blijven of worden

Ambidextrous Niveau 1

Als oplossing creëren corporates vaak voor een aparte innovatie-omgeving. Dat kan zeer product gericht zijn (R&D department), proces gericht (eigen incubator) of project gericht (intrapreneur(s) binnen de organisaties aanwijzen.) Maar ook dat zet vaak onvoldoende zoden aan de dijk. Het probleem? Deze oplossingen staan vaak nog te los van de organisatie. Om als corporate te transformeren naar een organisatie die continue bezig is met gelijktijdig exploiteren en exploreren, moet de organisatie vanuit de kern veranderen.

Exploreren: het actief zoeken en ontdekken van Nieuwe informatie en middelen om innovatie te stimuleren en cultiveren

Ambidextrous Niveau 2

Organistaties die al een stap dichterbij komen, werken bijvoorbeeld vaak met kleine(re) zelfsturende teams. Daarin zijn alle afdelingen of partijen die ervoor nodig zijn om een bepaald product of service te produceren vertegenwoordigd. Zo is bijvoorbeeld Toyota van het “Ford”-/ lopende band principe afgestapt en zorgt zij ervoor dat een medewerker een heel product monteert in plaats van continue dezelfde handeling verricht. Waarom? Mocht er een fout in het product zitten, dan wordt dat eerder ontdekt want als de fout in de laatste handeling van montage zit, dan zijn alle stappen daarvoor (die inmiddels een aantal duizend keer zijn uitgevoerd) voor niks.

Er is meer ‘ownership’ en verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het product in plaats van het denken in silo’s: “Dat is niet mijn handeling dus niet mijn probleem”. Bovendien leren teams sneller van elkaar omdat ze bij elkaar over de schutting kunnen kijken. Bij een traject waarbij een persoon continue hetzelfde doet, is de leercurve minder interessant en worden product-verbeterkansen minder snel opgemerkt.

Corporates beginnen langzamerhand weer ‘sexy’ te worden

Tweet

Ambidextrous Niveau 3

Dan zijn er nog organisaties zoals USA Today, aangekaart door twee van de koplopers binnen het Ambidextrous-gedachtegoed. In de case van USA Today werd er een behoefte herkend om van geprint nieuws, ook naar online kanalen te gaan. In een verschuiving van de “kranten-industrie” naar de “informatie-industrie” slaagde USA Today erin om door middel van een koppeling op C-level (CEO van USA Today) en Founder (van het nieuwe initiatief) niveau, een strategische koppeling te maken. In de uitvoering waren de entiteiten alleen verbonden waar nodig en als er bij beide partijen waarde kon worden gecreëerd. Hiermee werd voorkomen dat de nieuwe venture te zelfstandig ging opereren en uiteindelijk los gelaten zou moeten worden, en tegelijk dat het bestaande USA Today-team niet vol wroeging zou moeten toezien hoe het nieuwe initiatief allemaal middelen toegezegd zou krijgen waarvoor het bestaande team hard had gewerkt.

Wat moet er dan gebeuren om Ambidextrous te zijn?

Onderzoekers Govindarajan & Trimble hebben daar onderzoek naar gedaan en komen tot de volgende checklist om een idee dat binnen een corporate bestaat, ook daadwerkelijk door te laten groeien naar een succesvolle uitbreiding van het bestaande bedrijf.

  • Ten eerste moeten nieuwe initiatieven vergeten  (“Forget”) waar ze vandaan komen, dat wil zeggen, ze moeten een groot deel van de culturele bagage en procesmatige bagage overboord gooien. Niet van binnenuit een product ontwikkelen, maar een Minimal Viable Product ontwikkelen via de Lean Startup methode door buiten de organisatie te staan en te denken;
  • Ten tweede moeten bepaalde middelen geleend worden van het overkoepelende bedrijf. Het gaat om alleen de middelen die een duidelijk concurrentievoordeel bieden, zoals sales relaties of productieschaal. Het kan voor startende bedrijven soms onmogelijk lijken om prototypes of producten te laten produceren omdat de afname niet groot genoeg is. Voor een corporate is dit makkelijk;
  • Tot slot: snel leren, snel falen, snel doorgaan. Hoe hoger het tempo van het nieuwe initiatief, hoe sneller erachter kan worden gekomen waar de problemen in de samenwerking liggen. Vaak is dat op het niveau van tegenstrijdige belangen waarbij moet worden voorkomen dat het nieuwe initiatief niet het lievelingetje van de organisatie wordt, maar dat er op C-level gezamenlijk doelen worden vastgelegd;

Kortom: top management draagvlak en gescheiden uitvoering zijn cruciaal om als organisatie gelijktijdig te kunnen exploiteren en exploreren.

Equity Crowdfunding Needs Educated Investors

Crowdfunding is hopelessly dependent on traditional funding sectors to educate a new generation of investors and fully develop the industry.

Locke Education 1693

The alternative funding industry values its’ own innovative and somewhat ‘rebellious’ character – two characteristics the traditional financial industry isn’t well known for. On top of that, “the wisdom of the crowd” is going to guide crowdfunding towards full development. I wonder what “wisdom” is referred to, as most crowd-investors are not at all educated enough to estimate company success rates.

Larger investors, with whom I’ve spoken a lot as a campaign manager for Symbid, often consider crowdfunding a drop in an ocean, or simply “fun”.  And large investors are right in saying so. According to The Economist, after 2008 USD 2.2 trillion less has been lent then in the previous years. While the traditional industry is capable of experiencing such enormous losses, the alternative sector still has to develop the size, which should have accumulated around USD 5 billion in 2013. 

The lack of recognition of crowdfunding as a serious industry often tempts the crowdfunding industry to emphasize their assets as “real” industry, featuring bold headlines proving crowdfunding matters and basking in the glory of growth percentages like 81%. Though it might be true that the traditional industry is not featuring, banks, VC’s, investment clubs, Angels and Angel Networks and online investment platforms have a lot more experience of funding trajectories, knowledge about specific industries, risk calculation, the meaning of (startup) KPI’s in company development and startup survival rates(which are pretty low, only 50% is still existing after year 5).

This is knowledge the crowdfunding industry desperately needs if it want to develop into the grown up industry it claims to be. So what can we learn from these financial giants and how can we create a hybrid funding process where both investors and entrepreneurs gain maximum benefits?

The crowd is not accredited for a reason

Stop Reckless Gambling Now Wall Street

Though accreditation of investors is admittedly holding back the (U.S.) equity-industry, making accreditation of investors a frustration for many, there’s a reason this legislation exists: to protect investors. Though money limits are no way to ensure the investor has enough knowledge, some form of protection is needed. Society was outraged when we found out what ‘banks had done to us’, by selling us flawed financial products without properly informing their customers. The crowdfunding industry is doing exactly the same thing.

The industry hasn’t fully developed yet and we’re not sure about the exact rules of the playing field, yet we ask investors for money without giving them the proper education to make informed decisions. Investors trust that their money is well spent via crowdfundingplatforms. The attitude of some platforms stating they are in no way responsible for failed campaigns is at least partially untrue and most certainly an easy way to let down end endanger investors. Platforms and crowdfunding experts have the obligation to educate new crowd-investors about the risk they’re taking.

Crowd-investors cannot perform due-diligence

Even if crowd-investors want to double check their investment, this is often hard. Most investors understand their money is put into a high risk- high return project, they don’t know what makes a company flawed and when they do, they don’t have the tools to do so. Where VC’s have financial officers that can do a check, or are generally well informed about success rates in a certain industry, crowdfunders generally don’t have this information or a decent financial background. They have to make a decision based on a digital business plan, a pitch video and some financial projections that could be true, or not.

They don’t have a financial background

Discounted Cash Flow Valuation Firm ValueBefore you drive a car, you have a decent intake process which leads to you understanding what all the buttons you press actually do. You gain insight in traffic behaviour and learn to read the signs. Likewise, VC’s, banks and Angels make sure they understand business finance before they invest money. They understand not only the differences between debt and equity, several liability, securities etcetera, but also how internal financial developments influence the success rates of companies in different life cycle stages. Not something most crowd-investors are fluent in.

Crowd-investors have wrong expectations 

They expect money fast. Investing is not like lending money, the payback takes somewhere between 3 to 7 years at least. Instead of a quick win, portfolio management requires patience and resisting the urge to dive in deep when mass hysterics spread (“I want to sell my shares nów”). Speaking of portfolio management and spreading risks: most crowd-investors only invest in one or two propositions without giving prior thought how to make the most profit on the money they have available.

Deutsche Fotothek‎ Climb Rock Climber Hard Challenge 

A good exit is hard

Currently investors are locked into their investment most of the time. This doesn’t have to be bad as an investor will have to wait for his exit quite some years anyway. However, when the time is there, it’s hard to sell the shares in equity-funded companies unless there is one large investor taking over all the shares at once. The other problem about exits is that most crowd-investors haven’t even thought about that. In the years working for Symbid, I’ve only seen this question a few times, which is a really serious issue because it indicates investors don’t know how to make money on their shares, how a good exit is defined and when they indeed should sell their shares to optimize their benefit.

There’s no industry knowledge 

Generally crowd-investors have industry knowledge about the industries they’ve worked in themselves but it’s reasonable to expect investors not to stick to only those industries. In addition, even when they do, they usually have no idea about starting a business in that industry. Most of the crowd-investors are employed and don’t usually industry performance KPI’s (how many members within what period of time, etc.) at hand. Of course the business plan should rule out the most important questions, but investors have to assume that data is correct or depend on knowledgeable investors to share their questions with entrepreneurs and other investors.

Crowdfunders invest in products, not in teams

As Rags Srinisavan from Iterative Path has correctly pointed out, VC’s don’t invest in products but in teams. And though “the team” might produce a great pitch video, there is hardly ever a face-to-face meeting unless the investments are substantial. This can be often successfully devised via pitch events and the like, but most of the crowdfunders invest in a pitch based on the pitch presented, the ROI and whether or not they judge the product or industry to be interesting to them. However, no matter well the business plan has been developed or how stringently the financial test, if the founders end up fighting or the team breaks down, all the plans are worthless.

So what do we need from traditional funders? 

In one word: guidance. Crowdfunders have the right to make well informed investments. There will always be a difference between the ways traditional and alternative funders decide to invest: it’s what makes the two funding strategies inherently different.

AngelGuidance from Angels, Angel Networks, banks, VC’s and other consists of sharing knowledge, for example, explaining the reasons why they did or did not invest in specific companies. Or better, make an investment in a crowdfunding proposition and share what they liked about it and what not, and what chances of success they think the startup has.

Another way traditional funders can help crowd-investors is by performing a (first) due diligence. Though a VC might not want to take it all out for a proposition he won’t invest in anyway, a handout in terms of focus points that investors should try to aim at is very achievable. Asking a traditional funder to give a pitch a “Go/ No Go” and publishing it (“This startup received a “Go” from our VC/ Angel team”), is a sign for crowd-investors a professional with the same interests as they have, increasing the investors’ security and the chances of success for the entrepreneurs.

More options are an educative forum or program for crowd-investors and professional investors, to professionally track crowdfunding developments (e.g. how many crowdfunded companies still exist after x years?, is the crowdfunded money used to its intended goal?, etc.), creating affiliate programs between crowdfundingplatforms and traditional institutes (like crowdfunding as a first phase towards debt funding via the bank) and integrating the overall crowdfunding industry as part of a hybrid funding trajectory.

This article is not at all meant to describe crowdfunding investors as a bunch of uneducated people who should keep their hands off crowdfunding and investing. On the contrary; it’s a great development that people now have the freedom on how to invest their money. But alternative funding experts should definitely work towards a more professionalised, better informed and safer version of the current crowdfunding landscape if we want to create sustainable value creation for our companies, investors and our economies. The best way of doing that is looking at sectors who’ve already built up an immense industry: the traditional funding industry.

This article was previously published on CrowdfundInsider

Startup Hubs in Europe: What’s Their Added Value for Your Startup?

Forbes already knows: smart startups start in Europe. But why? Startups are a thriving resource of jobs and competitive advantage through innovation, and what they need are great startup ecologies. Europe is well on its way to develop several entrepreneurship hubs, and the lists with the top hubs can be found all over the internet (WiredThe Atlanic Cities,VentureBeat).

Avid Larizadeh

While Sillicon Valley often seems to be the sole benchmark indicating the strength of a cities capacity to successfully develop startups, Avid Larizadeh, investor at Accel Partners London and a Kauffman Fellow, says starting your business in the U.S. is no longer “an obvious decision anymore, as it used to be ten years ago”. Though it’s indeed valuable to take a good look at successful centers like the Valley, there are more qualifications than the amount of funding available that allow a city to rise on the startup culture ranking. Here are the most important qualities you should compare.

SONY DSC

Context of a startup company

It’s great that Sillicon Valley or Tel Aviv are major players for tech startups, but if you’re about to scale your import of traditional Japanese candy into Europe, you might better develop your startup in a city that allows for great logistics and that functions as a gateway to the European transport system. Think Antwerp, Rotterdam or Hamburg. And even if you’re in the tech business, software products (the Valley) are different from innovative solar solutions (Tel Aviv). Think about it: what product or startup today doesn’t require some form of “technology”?

Pick a hub that allows you to extensively test, gain knowledge about your product and customers, and contact your partners and customers in the industry you’re working in. Having an Italian cook prepare an authentic Thai dish doesn’t make sense, even if it both involves food.

Funding types and company stage

Flag_of_Germany.PNG

Global consulting and research agency McKinsey recogninses Berlin as a promising centre for entrepreneurship. With a problem of delayed or hard to get by follow up capital raises (i.e. A/B rounds).  And while Berlin might not be the best environment to get a high score on your B-round, London, despite its higher than average first year raise compared to Berlin and the Valley, seems to reach an all time low on a raise during the fourth year, says The London School of Economics.

Does that mean you have to move your company from city to city with each raise? Of course not. Just think about when you need the money the most. For developing an initial prototype or for scaling up? It’s great a hub has the most VC capital raises, but if you’re not yet creating revenue, it’s no use trying. The same goes FFF-raises: the city best suited for your seed-capital raise is the city where your family is most easily contacted, not where the biggest amount of seed capital is being gathered.

500 Euros

Funding amounts, and investors’ ROI’s

Funding amounts can be tricky. True, the Valley raises the highest amounts of money. It’s a self fulfilling prophecy: successful entrepreneurs have money to invest in startup companies. Startup companies know there’s money, so they ask for more. In addition, until a short while ago, Europe largely depended on bank loans. It remains a major drawback that European startup centers still have to develop a private funding structure that can match the U.S. equivalent (though equity crowdfunding is well on its way to change this).

Yet, according to Ernst & Young, European VC’s have increased in profitability in the last years, while that of U.S. counterparts has dwindled, showing the success of the company is not guaranteed with a bigger investment. In addition a shift from traditionally popular VC countries to upcoming countries is taking place, fueling European startup centers. There’s just more money to spend. In addition, the Kauffman Institute says that bigger VC’s do not necessarily make more profitable VC’s.

Accelerator opportunities

The value of the hyped contest that incubators and accelerators organise, is over rated. Most investors simply don’t know about them, and only if you win you get some money. The real value for a startup is in the fact that they’re competing and thus pushing their limits in terms of performance and presentation. In addition, accelerators and incubators help you to apply some time pressure (there’s no procrastinating), to network (event calendar, other services), several services are centred and you have a coach that you discuss with.

Knowledge and knowledge sharing

sharingOne of the reasons Berlin is often mentionedas the place to be to let your company “grow up”, is because it’s open and connected. Why is knowledge sharing important to startup companies? Think of user data, understanding (technical) product developments, exchanging ideas amongst co-workers or partnerships with other startup companies. Startups need an environment where they can add to their knowledge, share and combine existing knowledge, test this knowledge and finally turn in into a tangible product or service. Innovation can only be sustained via knowledge creation, so when picking a place to settle your Corp.-to-be, take into consideration the knowledge sharing culture. Is your city full of universities and is the culture open, or is most revenue created via IP lawsuits?

The Best

Tel Aviv, London, Berlin, Paris.. I’m not going to tell you what city is best: it varies per company. The combination of requirements for your startup may differ form what the hyped lists and expensive reports show you. What is “hot” might be a “not” for your company. Think about your product, what industry you’ll be working in and where you have the best chances to decently develop your product. Quality innovative product development aimed at value creation for your customer should be your main focus as a startup, so ask yourself where you’re most likely to acquire the mile stones needed to achieve that goal before picking your startup hub.

This article was previously published on CrowdfundInsider

Zoek je investeerders? Denk eens aan Investment Marketing!

Volgens onderzoeksbureau Panteia zijn er in 2013 zo’n 17.000 ondernemers bij gekomen, een stijging van 13% ten opzichte van 2012. De vraag is alleen, hoe komen al deze ondernemers aan kapitaal?

Nederland heeft de afgelopen jaren aan het leningeninfuus gelegen en is het overgrote deel van de MKB- financieringstrajecten is niet ingericht op een andere vorm van kapitaalverschaffing dan leningen of subsidies. Toch neigt het financieringsbestel steeds meer naar een “doe-het-zelf”-financieringsmethode. Maar hoe financiert een onderneming zichzelf? Venture Capitalists en Angels zijn vaak moeilijk te bereiken, crowdfunding is voor sommigen nog te riskant. Bij geen van de methoden is succes gegarandeerd. Toch zijn er een aantal manieren om de kans op financiering, bij welke vorm van financiering dan ook, te vergroten. Eén van die manieren is Investment Marketing.

Wat is het?

Investment Marketing omhelst de visie, strategie, tactieken en acties die worden ondernomen om de kans op financiering te vergroten. Investment Marketing richt zich erop de verkoopbaarheid en aantrekkelijkheid van een bedrijf te vergroten en af te stemmen op de kapitaalverschaffers. Dit omvat meer dan alleen het “pitch ready” krijgen van een onderneming of businessplan, of het ontwikkelen van een kapitaalvraag. Denk hierbij aan het inrichten van communicatiekanalen voor investeerders, artikelen en interviews te publiceren die de financierbaarheid van het bedrijf op boeiende wijze verwoorden, het kwantificeren van zaken zoals good will en merkbeleid, enzovoorts. Dit moet allemaal worden afstemt op de financierder.

Nóg een vorm van marketing? Waarom?

Trendy “alles-moet-2.0”- termen zijn niet aan mij besteed en ik geloof niet in hippe marketinggoeroes die beroemd worden met e-books. Er zijn al veel verschillende typen marketing en het is goed om je af te vragen of er nou nog een bij moet komen. Het antwoord is ja.

Normaal gesproken duurt een kapitaalaanvraag tussen de 3 en 18 maanden. Via crowdfunding kan dit veelal worden gereduceerd tot zo’n 3 maanden (langer dan dat wil je er niet over doen). Binnen een periode van ongeveer 3 maanden weet je of je pitch zal slagen of niet. Toch zijn er bedrijven geweest die ondanks een goed businessplan er niet in slaagden het beoogde kapitaal aan te trekken. En dat is zonde, want met een goed marketingplan kan een ondernemer de kans op financiering vele malen groter maken en de duur van een kapitaalaanvraag minimaliseren. Dit geldt ook voor crowdfunding.

Investment Marketing kan worden ingezet voor alle vormen van financiering, niet alleen crowdfunding, en er zijn verschillende redenen om een specialisatie in het marketinggebied aan te brengen die zich richt op de financierbaarheid van bedrijven.

Ten eerste zijn veel ondernemers niet gewend hun bedrijf te verkopen, ze zijn gewend hun product te verkopen. Daar is niets mis mee, maar in de praktijk zie ik vaak ondernemers die proberen hun speelgoedknuffels te verkopen aan bankmedewerkers of VC’s.

De doelgroep is dus beduidend anders. Een speelgoed verkoper probeert de kinderen warm te maken voor het product, maar de ouders aan te zetten tot aanschaf van het product. Er wordt onderscheidt gemaakt op basis van tone-of-voice en kanaal. Als speelgoedproduct zal je je investeerders ook niet kunnen interesseren met een Intertoysblad of rond de Sinterklaas- of Kerstperiode. Kortom, investeerders zijn een andere doelgroep een daarbij horen een ander product, andere kanalen, andere boodschap, andere informatie en andere strategie.

Maar wat verkoop je dan wel?

Je verkoopt je bedrijf, jezelf en de meerwaarde die jullie samen creëren. In sommige gevallen is de ondernemer het bedrijf, in andere gevallen is het bedrijf al wat groter en is er ook veel kennis, tone of voice en “financierbaarheid” aanwezig in zowel concrete (pand, auto’s, contracten, geld) als in abstracte zin (impliciete kennis, houding van de medewerkers ten opzichte van klanten, good will, merkidentiteit- en waarde).

De investeerder koopt een deel van je bedrijf en zal dus kijken naar het financiële plaatje (cash flow, winst- en verliesrekening, de verwachtingen en de te maken investering, etc.), het ‘contract’ dat je hem voorlegt (aandeelhoudersovereenkomst), de overall waardering (bedrijfswaardering), de marktontwikkelingen, de ondernemer en het team, maar ook naar de andere investeerders als je die al hebt.

Conclusie

Kortom, om al deze aspecten helder en aantrekkelijk geformuleerd voor te kunnen leggen aan een investeerder, moet je als ondernemer weten wat een investeerder wil, welke andere investeringen een geldschieter nog meer overweegt (wie zijn je concurrenten), hoe je investeerders bereikt en hoe je op zo’n manier je bedrijfsvoering- en marketing inricht dat deze aantrekkelijk zijn voor een investeerder. Dat doe je niet met één pitch, maar met een gericht marketingbeleid gericht op mogelijke financiers. Reden genoeg om van investeerders een aparte doelgroep te maken binnen het marketingbeleid van jouw bedrijf!